Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
De scViadiiw van elk der punten A en C valt op het horizon-
tale, die van het punt B op het vertikale vlak van projectie.
Neemt men nu voor een oogenblik aan, dat het vertikale
vlak van projectie de Uchtstralen niet tegenhield, dan zoude
de schaduw van het punt B ook op het horizontale vlak
vau projectie vallen. De constructie van het punt 6', dat
klaarblijkelijk op het deel van het horizontale vlak van pro-
jectie Hgt, dat zich achter het vertikale uitstrekt, geschiedt
geheel op dezelfde wijze als de constructie, waardoor men
de punten a' en e' leert kennen. In de boven aangenomen
vooronderstelling zoude a' b' c' de schaduw van den driehoek
ABC aanwijzen. Daar echter het vertikale vlak van projectie
de lichtstralen niet doorlaat, zoo zal de schaduw op het ho-
rizontale vlak van projectie bij de as van projectie MN
ophouden en in de punten p ea q overgaan op het verti-
kale vlak van projectie. Is nu b" de schaduw van B op
het vertikale vlak van projectie, dan wordt de gezochte
schaduw van ABC klaarblijkelijk voorgesteld door de figuur
a' p b" q c'.
Bepaalt men in de lijn A B het punt P, waarvan de scha-
duw in p en in de lijn B C het punt Q, waarvan de schaduw
in q valt, en vereenigt men de punten P en Q, dan is het
duidelijk, dat de schaduw van den driehoek B P Q geheel
op het vertikale en de schaduw van den vierhoek A P Q C
uitsluitend op het horizontale vlak van projectie valt.
4. De schaduw te construeeren van een veelhoek
ABCDE.
De stand van den veelhoek is zoodanig gekozen, dat zijn
schaduw voor een deel op het horizontale, voor een deel op
het vertikale vlak van projectie valt. De constructie van de
schaduw a'pe"d"c"qb' verschilt zoo weinig van die in het
voorgaande vraagstuk, dat het wel onnoodig zal zijn daarbij
3*