Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
lijke stralen cirkelbogen eii vereenig P met het snijpunt p
van deze bogen.
De uitdrukking: een lijn te trekken loodrecht op een an-
dere lijn^ wordt dikwijls vervangen door: een loodlijn op ie
richten o}} die lijn.
12. Een lijn te trekken uit een der uiteinden
eener gegeven lijn ah^ en die daarop loodrecht is,
a. Zij a het gegeven uiteinde. Beschrijf uit een naar wil-
lekeur genomen punt P met Pa ais straal den cirkelboog
cab\ trek door ^ en P een lijn, en vereenig het snijpunt
c van deze lijn en den cirkelboog met rt, dan is ö c de ge-
zochte loodlijn.
b. Zij b het gegeven uiteinde. Beschrijf uit a en b met
gelijke stralen cirkelljogen; trek door hun snijpunt c en het
punt a een lijn, en neem daarop cdzzzac^ dan is de lijn
ó c? de gevraagde loodlijn.
13. Door een gegeven punt P een lijn te trek-
ken, evenwijdig aan een gegeven lijn ab.
a. Beschrijf uit eenig punt c van de lijn ab met c P als
straal de cirkelbogen P b en aƒ; maak a P 6; de lijn, door
P en ƒ getrokken, zal de gezochte evenwijdige lijn zijn.
b. Laat uit P een loodlijn Pc neêr op «6(10); richt uit
eenig punt zoover mogelijk van c verwijderd, op ab een
loodlijn dg op (11); maak dgz=:cP, dan is de lijn P (j de
gezochte evenwijdige lijn.
lict beschrijvcu van hockeu.
14. Een hoek te construeeren gelijk aan een
gegeven hoek abd.
Beschrijf uit 6, met een naar willekeur genomen straal b a,
den cirkelboog ad en uit het punt b' eener lijn c'met ge-
lijken straal den boog a'd'maak a' d' — ad en trek b'
dan is L a' b' d' z=z ab d.
15. Een hoek te construeeren, waarvan de bee-
neïi loodrecht zij n op die van den hoek ab c^ en
die het punt P tot hoekpunt heeft.