Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
tig viervlak, dat met een zijner hoekpunten op het
horizontale vlak van projectie rust.
Teeken de projecties a' b' c' t' eu a" b" c" t" van het vier-
vlak, terwijl het met een zijner zijvlakken, b.v. aèc,ophet
horizontale vlak van projectie staat; de horizontale projectie is
alsdan een regelmatige driehoek a' h' c' en het middelpunt t'
van den omgeschreven cirkel is de horizontale projectie van
den top; a't'y b't', c't' zijn dus de horizontale projecties van
de opstaande ribben. De projecties a\ h\ c" liggen natuur-
lijk in de as van projectie M N (2). Om de hoogte van t"
boven MN te vinden, beschrijve men een driehoek tt'c\
welke rechthoekig is in t' en waarin c't — a'c' is, dan is
tt' de gevraagde hoogte. Laat men nu het viervlak draaien
om een lijn, welke in het horizontale vlak van projectie ligt
en die het hoekpunt bevat, waarop het viervlak moet rus-
ten, doch die met geen der zijden van a' h' c' samenvalt,dan zal
men, ter beantwoording van de vraag, slechts de projecties na
de omdraaiing behoeven te construeeren. Zij nu b het bovenbe-
doelde hoekpunt; trek dan een lijn Q T loodrecht op de as van
omdraaiing en beschouw Q T als nieuwe as van projectie. Tee-
ken de nieuwe vertikale projectie en zij a'^b'^c'^t'^ de
nieuwe vertikale projectie van het viervlak na de omdraaiing.
Bepaal de horizontale projecties welke bij de vertikale
projecties t'^ behooren. Trek h'enz. evenwij-
dig aan M N\ neem enz. doch overigensnaar
willekeur eu bepaal de plaats van de projecties a'-, b^^, enz.
met behulp van de punten enz. en van de projectie
dau stellen a!,b\c\t[ en a'[b"J[tl de projecties van
het viervlak in den aangegeven stand voor.
De lijn O Q is loodrecht op M N; de lijn Q R evenwijdig
aan MN en de lijn loodrecht op Q T.
2. Van een regelmatig zes V lak valt een der zijvlakken