Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de scholen in het Koningrijk der Nederlanden: ingerigt overeenkomstig het nieuwe stelsel van maten, gewigten en muntspecien
Auteur: Hoonaard, Willem van den
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1817
Opmerking: Tweede stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4776
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200841
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de scholen in het Koningrijk der Nederlanden: ingerigt overeenkomstig het nieuwe stelsel van maten, gewigten en muntspecien
Vorige scan Volgende scanScanned page
/
c öo )
12. De Heer G doet eene uitdeeling van 4?o
Cents aan 8 Meisjes en 12 Jongens, en
geeft aan 2 Meisjes zoo veel als aan 3 Jon-
gens: weet gy we! hoe veel Cents ieder
kind ontvangt?
13. Men hccfc aan 20 Officieren en 500 Solda-
ten , voor bewezene diensten, eene buiten-
gewone bclooning van 7700 Gulden toe-
gestaan , en bepaald , dac 2 Officieren zoo
veel moeten hebben als 5 Soldaten: men
vraagt, hoe veel elks aandeel bedragen zal?
14. Drie kooplieden, A, B en C, hebben mee
hunnen gemeenfchappclijkcn handel gewon-
nen 8720 Gulden: wanneer mu hun inleg
van dien aard geweest is, dat A van de
•winst zoo dikwijls 1 Gulden moet ontvan-
gen als B er 3 ontvangt, en B zoo menig-
. maal 5 Gulden als C 6, hoe veel zal dan
elks aandeel van de winst bedragen?
15 Men begeert eene fom van 6500 Gulden on-
der drie perfonen, A, B en C, zoodanig
tc verdeden, dat het deel van A itaat tot
het deel vun B als 3 coc 5, en het deel van
B tot dac van C als 6 tot 11: men vraagt,
hoeveel ieders aandeel bedragen zal?
i{). Vier kooplieden, A, B, C eri D, hebben
eenen gemeenf:happelijken handel gedreven,
ch daarmede gewonnen 7600 Gulden ; naar
den aard van hunne compagniefchap moet
oczc fom op zulk eene wyzè verdeeld wor-
den, dac hec deel van A tot dac van B
llaac als 3 toe 2, hec deel van B tot dac
k vnn C als 4 tot 5, en het deel van C tot
I dat van D als 7 tot 5: men vran^t, hoe
I veel ieJcra aand :cl in de winst bedraagt ?
1