Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de scholen in het Koningrijk der Nederlanden: ingerigt overeenkomstig het nieuwe stelsel van maten, gewigten en muntspecien
Auteur: Hoonaard, Willem van den
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1817
Opmerking: Eerste stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4775
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200840
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de scholen in het Koningrijk der Nederlanden: ingerigt overeenkomstig het nieuwe stelsel van maten, gewigten en muntspecien
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 44 )
De Heer H. betaalt aan den Heer V. 260
Gulden 25 Cents uit eene beurs, waarin
500 Gulden waren: reken eens uit, hoe
veel Gulden er nog in de beurs bleven?
7. Wanneer men van 480,60 Gulden 376 Gul-
den 75 Cents uitgeeft , hoe veel Gulden
blijven er dan nog over?
8. Trek eens 686,65 Gulden van 869 Gulden
25 Cents, en zeg mij de rest.
9. Dc Heer A. geeft aan ieder van zijne 8 kin-
deren 25 Cents: kunt gij wel uitcijferen,
hoe veel Gulden hij in het geheel uitdeelt ?
10. Hoe veel bedraagt de fom , wanneer men
65 Gulden 4 Cents 6 maal neemt?
11. En hoe veel Gulden zou men tot antwoord
verkrijgen, wanneer men dat geld met 12
jjjoest vermenigvuldigen ?
12. De Heer M. heeft 9 zakken met geld bij
een, ieder met 576 Gulden 50 Cents: hoe
veel geld bedraagt dit in het geheel ?
13. Wanneer men aan 25 kinderen 3 Gulden
75 Cents uitdeelen wilde , zoo dat ieder
kind evenveel Cents ontving: hoe veel Cents
zou dan elks aandeel bedragen ?
14. Maar wanneer men dezelfde fom aan 15
kinderen ronddeelde, hoe veel Cents zou
ieder dan wel ontvangen?
15. Als men voor 5 vette osfen moet betalen
eene fom van 752,50 Gulden, hoe veel Gul-
den kost dan elke os, door elkander van
gelijke waarde gerekend ?
16. Iemand begeert i8c6 Gulden aan 12 hoopen
te tellen: kunt gij wel uitrekenen, hoe veel
Gulden iedere hóóp bedragen moet ?
17. Bij cenen winkelier wordt op eenen dag af-
ge-