Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor de scholen in het Koningrijk der Nederlanden: ingerigt overeenkomstig het nieuwe stelsel van maten, gewigten en muntspecien
Auteur: Hoonaard, Willem van den
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1817
Opmerking: Eerste stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4775
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200840
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor de scholen in het Koningrijk der Nederlanden: ingerigt overeenkomstig het nieuwe stelsel van maten, gewigten en muntspecien
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 41 )
hoe veel ffl zal men dan voor ieder moeten
afwegen ?
12. De Heer P. gaat in gezelfctiap van twee
zijner vrienden naar den lakenkooper K, ten
einde aldaar eenige Ellen laken te koopen.
Toevallig had de koopman een ftuk , waar
aan nog 25.5 Ellen waren, — juist zoo veel
als de genoemde Heer met zijne vrienden
begeerden. Zij worden het mét den koop-
man omcrent den prijs eens, waarna hij hun
ieder een gelijk getal Ellen toemeet: kunt
gij mij nu ook zeggen, hoe veel Ellen ieder
ontving ?
ïj. Wanneer men 248,4 Ellen katoen onder 20
perfonen wilde verdeden , hoe veel zou dan
elk moeten hebben?
14. Och , gij moest de kleine Henriette eens
helpen óm 408,5 Ellen, door 3,5 te deelen.
Zy moet dit voor haren vader verrigten,
maar weet niet, hoe zij hiermede te werk
moet gaan. Gij zoudt immers ook gaarne
geholpen zyn , wanneer gij u met het een
of ander in verlegenheid bèvondt?
15- 51 Wel, Hein! " zei de arme Klaas, ,, daar
„ Itrak moest gy bij mij geweest zijn. Ik ben
„ met nog 7 anderen by den Heer G. ge-
„ roepen om een gefchenk te komen ont-
„ vangen. Die goede Heer heeft onder
„ ons 66 Ellen linnen uitgedeeld. Nu zal
„ moeder voor broer Piet en mij hemden
,, maken,en dan hebben wij onze verfchoo-
„ ning weer , — is dat niet goed = " Zoo
praatte deze jongen in zyne blijdfchap al
voort ; maar kunt gij wel uitrekenen, hoe
veel Ellen elk van hen ontvangen heefc?
C 5 16.