Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
\ 79
f Oiircgeluinlige Werkwoordcu in ER,
Aller, gaan; élre allé, allant, allé.
A vais, vas, va; allons, allez, vont.
\ B Allais. — G Allai. — Ü Irai. — E Irais.
F Aille, ailles, aille ; allions, alliez, aillent. —
I G Allasse.
H Va, quil aille-, allons, allez, qu'ils aillent.
Envoyer, zenden. — Dit \veri<\voord is onre-
gelmatig in den futur en conditionnel.
D Enverrai, enverras, enverra; enverrons, enverrez,
enverront.
E Enverrais, enverrais, enverrait; enverrions, en-
verriez , enverraient.
Vervoegt even eens : renvoyer , terugzenden ; maar
convoyer, begeleiden, is regelmatig, derhalve: je
convoierai.
OEÏEIVINGEN.
1.
Ik ga alle dagen naar 1) het park. Hij zendt u
uwe boeken terug. Wij gaan dezen avond naar den
schouwburg 2). Zij gaan heden naar Delft. Zendt
de waren aan den koopman. Wij gaan niet naar
den tuin, als uw broeder er 3) nicl heen gaat. Ik ging
naar den tuin, toen 4} ik hem ontmoette (C). Zij
gingen gisteren naar uwen oom. Ik zal naar
Amsterdam gaan; want ik zal er 3) mijnen broeder