Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
En iioe den Futur? — Dit is nog gemakkelijker:
voegt ai enz. achter den Infinitif, b. v.
attraper, vangen. j'attraperai, ik zal vangen.
punir, straffen. te ;>MnïVos, gij zult straffen.
finir, eindigen. il finira, hij zal eindigen.
Als gij ais enz achter den Infinitif plaatst, krijgt
gij den conditionnel.
Maar hoe vormt men àen présent du subjonctif ? —
Van het participe actif, door ant in e te veranderen.
dout-ant, twijfelende. çwe^'e rfoM^ e, datik twijfele.
«îOî>ms-a«<, zwart maken que tu noirciss-es, dat gij
de. zwart maket.
En eindelijk den imparfait du subjonctif? — Als
gij den tweeden persoon enkelvoud van den passé
défini neemt, en daar se achter voegt, dan hebt gij
dien tijd, b. v.
tu demandas, gij vraagdet. que je demandasse, dat ik
vraagde.
tu pâlis, gij verbleektet. que je pâlisse, dat ik ver-
bleekte.