Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
middel 3) kiezel. Uil vrees dat zij hunnen vriend
verraden. Zonder dat ik over de zaak nadachle.
Zal uw vriend een ander huis bouwen? Zouden die
menschen in hunne onderneming slagen? Hij onder-
ging (G) geenszins zijne straf. Niemand vereffende
de moeijelijkheden. Alvorens zij hun werk eindigen.
Ofschoon hij eene goede gezondheid geniete. Opdat
hij andere wetten instelde.
1) fleurir. 2) cnrichir. 3) moyen , ni.
4.
De tuinlieden vereffenen de paden 1) in hunnen
luin. Wij vereffenen de moeijelijkheden, die wij
aantreffen 2). Zij kiezen de boeken. die zij in uwe
kamer vinden. Wij zouden betere wetten ingesteld
hebben. Hij heeft mij nooit gewaarschuwd. Wij
slaagden ook niet in onze onderneming. Wij ver-
manen 3) en waarschuwen de leerlingen, die hunnen
pligt vergeten. Wij vermaanden en waarschuwden
de kinderen. die hunne pligten vergaten. Zij
zullen de huizen vcrfraaijen, die zij bewonen 4).
Zou hij nadenken over de zaak, waarvan gij ge-
sproken hebt?
1) sentier, m. 2) rencontrer. 3) exliorter. 4) liabUer.
5.
Indien 1) wij eenen grooteren tuin hadden, zouden
wij de paden vergroolen 2). Wij hebben onze ouders
lief; want 3) zij voeden en verzorgen ons. Zij onder-
gaan (ie straf niet; maar zij verdienen 4) wel gestraft
te worden 5). Kiest andere middelen; want gij zult \