Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
(jenoot 17) (C) eene goede gezondheid. Zij kozen (G)
eenen anderen weg. Men zal schoone huizen bouwen.
Wij zullen de Voorzienigheid loven.
1) acoourcir. 2) aplanir. 3j difficulté, f. 4) nourrir.
•5) poulet, m. 6) bAtir. 1) choisir. 8) mauvais. 9) cou-
leur, f. 10) emplir. 11) étranger, m. \2) société, f. 13^ bénir.
14) Providence, f. 15) subir. 16) réussir. 17) jouir de.
2.
De kok sal den haas braden 1). Zou hij het
vleesch braden? Wij zullen dezen avond ons werk
eindigen. Wij slagen in die onderneming. ' Hij zou
die flesch met wijn vullen. Gij zoudl uwe buiten-
plaats verfraaijen 2). Hij verraadde (C) zijnen
vriend. Gij ondergingt (C) uwe straf. Ik zal
nadenken 3) over de kortheid 4) des levens. Wij
zullen onzen weg verkorten. Gij zult de vogels
voeden. Zij zullen een goede gezondheid genieten.
Zij zouden eene nieuwe kerk bouvven. Kiezen zij
goede boeken? Hebben zij hunne ouders lief 5)?
Zou hij andere wetten 6) instellen 1)? Waarschuw-
det (C) gij dezen man of dien? Straf de leerlingen
voor hunne onoplettendheid 8). Laat hem wijze
wetten instellen. Laat haar de kuikens voeden.
Laat hem de flesschen vullen.
1) rôtir. 2) embellir. 3) réfléchir. 4) brièveté, 1. 5) chérir
e; loi, f. 1) établir. 8) inattention, f.
3.
Ofschoon ik mijne ouders liefhebbe. Veronder-
steld dat hij de straf onderga. Mits ik mijn huis
verfraaije. Eer dat die boom bloeije 1). Alhoewel
wij onze familie verrijken '2). Ten zij gij een ander