Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
Daar gij nu de hulpwerkwoorden kent, zoo kunt
gij zeiven de zamengeslelde lijden maken, namelijk:
Ie passé indéfini, le plus-qiie-parfait, le parfait
antérieur, le futur composé, le conditionnel composé,
le parfait du subjonctif en le plu s-que-parfait du
subjonctif. Aan hel passé de l'infinitif kunt gij zien,
welk hulpwerkwoord gij gebruiken moet. Voorts
moet gij onthouden, dat als een werkwoord met
être wordt vervoegd, alsdan het participe passif in
geslacht en getal met hel onderwerp moei overeen-
komen, derhalve:
Je suis sorti.
Je suis sortie,^
Nous sommes sortis.
Nous sommes sorties,
Ik ben uitgegaan, (als het
een man is).
Ik ben uitgegaan, (als het
eene vrouw is).
Wij zijn uitgegaan , (als het
mannen zijn).
Wij zijn uitgegaan, (als het
vrouwen zijn).