Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
onschuldig zij. Het zij gij oplettend zijt. Veron-
dersteld dat zij getrouwe bedienden hebben.
1) précieux f- 2) joyau, m. 3) bienfaisant. 4) régulier f-
6) indulgent, 6) genéreux.
7.
Ten zij hij gehuwd 1) ware. Ofschoon ik vele
boeken hadde. Alhoewel zij schuldig waren. Eer
dat zij te Rolterdam waren. Uit vrees dat wij
onvoorzigtig waren. Uit vrees dat wij valsche
vrienden hadden. Zonder dat gij in de tjelegenheid 2)
wäret. Verondersteld dat ik eene schoone buiten-
plaats 3) hadde. Mits gij onredelijk 4) wäret. Al-
vorens wij eene goede gelegenheid geiiad hadden.
Ofschoon gij zeer edelmoedig wäret. Mils wij voor-
komende 5) manieren hebben. Eenen vriend gehad
hebben.
1) marié. 2) occasion, f. 3) maison de campagne, f, 4) dérai-
sonnable. 5) prévenant
Ofschoon ik zijn vriend geweest zij. Verondersteld
dat gij een nieuw vest gehad haddet. Alvorens wij
in de gelegenheid geweest zijn. Zonder dat gij
ondankbaar 1) geweest zijt. Ten zij hij onredelijk
geweest ware. Ofschoon ik niet in den Haag geweest
ware. Alvorens zij in de gelegenheid geweest waren.
Mits wij niet onoplettend geweest waren. Uit vrees
dat zij niet ontevreden geweest waren. Ten zij gij
schuldig geweest wäret. Alhoewel wij spaarzaam 2)
geweest zijn. Ofschoon wij een goed huis gehad
hadden. Vlijtig geweest zijnde.
1) ingrat. 2) économe.