Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
Zonden wij geene getrouwe bedienden hebben? Zou-
den wij niet oplettend zijn? Zoudt gij nooit zijn
vriend zijn? Zoudt gij niemand gezien 4; hebben?
Zouden wij niet onschuldig 5) zijn? Hij is geenszin»
onschuldig. Lui zijn.
1) malhonnête. 2) ridicule. 3) habile, f- 4) vu. 5) innocent.
5.
Ik zou oplettend geweest zijn. Hij zou niet ge-
hoorzaam zijn, en zij zou niet ligtgeloovig 1) gev/eesl
zijn. Zullen wij niet matig 2) geweest zijn? Hij
zou noch te Parijs, noch te Londen geweest zijn. Hij
zal slechts te Amsterdam geweest zijn. Zal hij wreed 3)
geweest zijn? Hij zou laf 4) zijn; hij zou laf ge-
weest zijn? Wij zullen gereed 5) geweest zijn- Wij
zouden moedig 6) zijn. Wij zouden moedig geweest
zijn. Zij'zullen schuldig 7) zijn. Zij zouden schul-
dig zijn Zij znllen niet dankbaar 8) geweest zijn.
Zouden zij niet dankbaar geweest zijn?
1) crédule. 2) sobre. 3) cruel. 4) lâche. 5) prêt. 6) cou-
rageux. 7) coupable. reconnaissant.
6.
Heb nieuwe handschoenen. Laat hem kostbare 1)
juweelen 2) hebben. Weest weldadig 3), Laat hij
moedig zijn. Laten wij matig zijn. Laten wij nieuwe
boeken hebben. Laten wij een geregeld 4) gedrag
hebben. Weest toegevend .5). Laat hen matig zijn.
Hebt groote huizen. Weest tevreden. Laat ons op-
lettend zijn. Laten wij dankbaar zijn. Alhoewel ik
zoo geduldig zij. Ingeval wij edelmoedig 6) zijn.
Opdat wij goede vrienden hebben. Ofschoon ik