Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
Al die woorden staan in de zaniengestelde tijden
vóór het deelwoord ; doch personne, ni, que, aucun,
nul en non plus slaan er achter; bij voorbeeld:
Ik heb niet gehad.
Hij heeft geen geld.
Ik heb noch uw boek noch
uwe lei gehad.
Wij hebben geen een vriend
gehad.
Gij hebt niets gehad.
Gij hebt slechts moeite ge-
had.
Door het onderwerp, als
Je n'ai pas eu,
Il n'a point d'argent.
Je n'ai eu ni votre livre ni
votre ardoise.
Nous n'avons eu aucunami,
Vous n'avez rien eu,
Vous navez eu que de la
peine,
, 3". Vragender wijze. —
het een persoonlijk voornaamwoord is, achter het
werkwoord te plaatsen, met een streepje tusschen
beiden. — Als de derde persoon enkelvoud op eene
klinkletter eindigt, plaatst men eene tusschen twee
streepjes, tusschen het werkwoord en voornaamwoord:
Ai-je de Vargent? Heb ik geld 'i
Étes-vous content? Zijt gij tevreden?
A-t-il dos biens? Heeft hij goederen?
Parte-t-il de votre frère? Spreekthijvanuwenbroeder?
Als het onderwerp des werkwooords een zelfstandig
naamwoord is, zoo blijft het vóór het werkwoord
staan, doch dan plaatst men het voornaamwoord des
derden persoons achter het werkwoord.
Votre frère a-t-il mon livre? Heeftuw broeder mijn boek?
Votre mère est-elle malade? Is uwe moeder ziek?
Ses amis sont ils partis? Zijn zijne vrienden ver-
trokken?
Vos cousines sont-elles en Zijn uwe nichten op reis ?
voyage? 5