Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
De woorden, die hier vóór de vier tijden van de
bijvoegende wijs staan, heeten voegwoorden (conjonc-
tions); en liet zijn juist deze voegwoorden, waarop
die wijze moet volgen. Er zijn nog andere gevallen,
wanneer men den subjonctif moet gebruiken, maar
die zult gij in het vervolg leeren. Ook volgt de
subjonctif op geene andere voegwoorden dan deze
volgende :
Afin que,
Quoique,
A moins que.
En cas que.
Pourvu que.
Bien que.
Soit que,
Supposé que.
De peur que.
De crainte que,
Avant que.
Sans que,
Opdat.
Ofschoon.
Ten zij.
Ingeval.
Mits.
Alhoewel.
Het zij.
Verondersteld dat.
Uit vrees dat.
Uit vrees dat.
Eer dat, of vóórdat.
Zonder dat.
Als de voegwoorden peur que, de crainte que
en à moins que gebruikt moeten worden, dan laat
men ne op het onderwerp volgen.