Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4a
Daarentegen heeft men het meervoudig getal (Ie
plwiei), als de persoon of zaak meervoud is.
Nous parlons, Wij spreken.
Les arbres croissent. De boomen groeijen,
Ces gens se promenaient, Die lieden wandelden.
Er zijn drie personen; de eerste persoon is die,
■welke spreekt, de tweede, is die, tot wien men
spreekt, ea de derde is die, van wien men spreekt.
1«. persoon : je donne,
2e. » tu donnes,
3". » il donne,
la femme donne,
on donne,
1®. persoon: nous donnons,
2®. » vous donnez,
3". » ils donnent,
ces hommes
donnent.
De tijden wijzen aan
oogenblik geschiedt, dan
is, of nog zal geschieden
er vier wijzen :
V infinitif.
Uindieutif,
L'impératif.
Le subjonctif.
Een werkwoord te
Ik geef.
Gij geeft.
Hij geeft.
De vrouw geeft.
Men geeft.
Wij geven.
Gij geeft.
Zij geven.
Die mannen geven.
of de handeling op liet
wel of zij reeds geschied
moeten. — Verder zijn
De onbepaalde wijs.
De aanloonende wijs.
De gebiedende wijs.
De bijvoegende wijs.
vervoegen, wil zeggen; al de
veranderingen voor te drayen, die het werkwoord in
de verschillende getallen, personen, tijden en wijzen
ondergaat.