Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
woord, dat er op betrekking heeft, het teeken des
meervouds, en in het vrouwelijke de vorming van
het vrouwelijke.
\ous êtes bien bon. Gij (e'^« m^iw) zijt zeer goed.
Vous êtes bitn bonne, Gij {ée'ne vrouw] zijt zeer
goed.
Vous êtes bien bons, Gij (mannen) zijt zeer goed.
Vous êtes bien bonnes, Gij (vrouwen) zijt zeer goed.
OEFEKINGEiV.
1.
Ik ben, ik was, ik ben geweest, ik was geweest
en ik zal zijn. Wij zijn, wij zijn geweest, wij
waren, zij waren geweest en wij Zullen zijn. Men
is, men is geweest, men was, men was geweest en
men zal gehoorzaam zijn. Al wie vlijtig is, verdient
geprezen te worden 1) Niemand is vrij 2) van ge-
bréken 3). Iemand had mij dat nieuws 5) verteld 4).
Zij zal werkzaam zijn, en gij zult vertrokken zijn.
Zullen zij hoofdig zijn? Zullen wij achteloos zijn?
Ieder is vertrokken; er is 6) niemand hier.
1) mérite d'étrc loué. 2) n'est exempt. 3) défaut, m.
i) had verteld, avait raconté. 5,) nouvelles, f. pl. il n'y a.
2.
Al wie tevreden is, is gelukkig. Men is onge-
lukkig, als 1) men ontevreden is. Beiden vertellend)
hetzelfde nieuws. Iemand heeft mij verzocht 3) u
4