Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
... dites-vous ? Wat zegt gij?
Lequel wordt van zaken en personen beide gezegd,
en wordt veelal van het voorzetsel de gevolgd.
...de ces deux élèves a Wie van die twee leerlingen
été docile? is leerzaam geweest?
...de ces plumes voulez- Welke van die pennen wilt
vous ? gij?
... de ces événements pen- Aan welke dier gebeurte-
sez-vous ? nissen denkt gij?
...de ces deux demoiselles Welke van die tweejnffrou-
a été obéiss inte? wen is gehoorzaam gC'
weest ?
... de ces livres préférez- Welk van die boeken kiest
vous? gij?
De woorden: waarvan, waaraan, waarbij, waar-
toe, enz., heteekenende : van wat, aan wat, bij
wat, tot wat, enz. worden vertaald door quoi met
een voorzelsel.
A quoi pensez-vous? Waaraan denkt gij?
... parlez vous ? Waarvan spreekt gij?
. .. passez-vous le temps? Waarmede (r/awtro^) brengt
gij den lijd door?
compte t-il? Waarop rekent hij ?
... est-il propre ? Waartoe {aan wat) is hij
geschikt?
... a-t-il mérité des élo- Waardoor heeft hij lof ver-
ges? diend ?
C'est ... je vous parle, Wet is daarover (mw dat)
dal ik u spi'eek.
C'était ... je pensais, Het wasdaaraandalik dacht.