Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
zulks gescliieden door eene soort van voornaamwoord,
dat op den man van het eerste voorstel terugziet,
bij voorbeeld :
Ik heb den man gesproken, dien {of welken) ik
gezien heb.
Zoodanige voornaamwoorden heeten betrekkelijke
voornaamwoorden (pronoms relatifs), en het vooraf-
gaande zelfstandig naamwoord, waarop zij terugzien,
heet hun antécédent. Dus is in dit voorbeeld dien
een pronom relatif en den man het antécédent.
Leert deze woorden in het Franscii door het volgende
lesje kennen :
Le livre qui était perdu est Het boek, rfa« verloren was,
retrouvé, is terug gevonden.
Qui is dus hel onderwerp, en wordt ook in het
vrouwelijk en meervoud gebruikt.
Tai parlé à l'homme que Ik heb den man gesproken,
j'ai vu, ^ dien ik gezien heb.
Que is dus het voorwerp, en wordt ook in het
vrouwelijk en meervoud gebruikt.
Le navire dont vous parlez Hel schip, waarvan of van
est parti, hetwelk gij spreekt, is
vertrokken.
Dont is dus bepaling, en beteekent de qui.
Lesenfarits. ..vousvoyez. De kinderen, die gij ziet.
Les élèves... sont dociles. De leerlingen, die leerzaam
zijn.