Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
zijn iu de kerk geweest, en zij waren buiten de stad
geweest. Hij is te Parijs geweest, toen 4) ik in
Óen Haag was. De boeken van uwe zuster en die
van de mijne liggen 5) op de tafel, en de kleederen
van zijnen broeder en die van den onzen hangen 6)
in die kast.
1) droit. 2) tortueui. 3) avis, m. 4) lorsque. 5) se
trouvent. 6) pendent.
3.
Ik ben en ik ben geweest. Wij zijn en wij zijn
geweest. Zij is en zij is geweest. Wij waren eu wij
waren geweest. Gij zijt en gij zijt geweest. Gij
waart ongehoorzaam geweest. Hij was in den tuin
geweest. Die balk is dik; deze is dikker, en die van
deze zoldering 1) is de dikste. Deze pen is slap;
die is slapper, maar die pen uwer tante is de slapste.
Dit bed is zacht; dal is zachter, maar dat van mijnen
neef is het zachtste. Die matras is beter dan Jat
bed. Dal boek is beter dan die koek.
11 plancher, m.
4.
Mijn vader en de uwe zijn in de kerk; maar uwe
moeder en de ?ijne zijn uit de stad geweest. Wij
zouden veel verdriet hebben, en gij zult veel ver-
maak hebben. Kent gij l) dien man? Ik ken 2)
hem. Kent gij (ieze vrouw en die? Ik ken haar;
ik heb haar gezien, toep ik te 3) Amsterdam ge-
weest ben. Gij wa^rt geweest hij 4) dezen boer of
bij dien. Hij was geweest bij uwen timmerman of
bij dien. Wij waren geweest bij zijnen schrijnwerker