Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
ZES EN TWINTIGSTE LES.
Met elke nieuwe les hebt gij weder wat om van
buiten te leeren :
Je fus hier dans Vembarras. Ik was gisteren in de ver-
legenheid.
Tu fus alors inquiet. Gij waart toen ongerust.
II fut parmi le nombre. Hij was onder het getal.
Nous filmes hier à la Haye, Wij waren gisteren in den
Haag.
Vous fûtes alors fâché, Gij waart toen boos.
lis furent quelquefois revè- Zij waren somtijds weêr-
ches, spannig.
Lorsqu'elles furent au bal. Toen zij op het bal waren.
Thans gaat gij weder eene nieuwe soort van woorden
leeren , namelijk de voornaamwoorden. Dit zijn woor-
den , die in de plaats van zelfstandige naamwoorden ge-
bruikt worden, opdat men hetzelfde woord niet telkens
zou behoeven te herhalen. Ziet maar eens hier :
De vader zorgt voor zijnen zoon; de vader
bemint zijnen zoon, en de vader laat zijnen
zoon veel nuttigs leeren.
Zou het niet gemakkelijker zijn, als ik zeide:
De vader zorgt voor zijnen zoon; hij bemint
hem, en hij laat hem veel nuttigs loeren.
Nu, die woorden hij en hem, en nog vele andere,
zijn voornaamwoorden (pronoms).
Er zijn zes soorten van voornaamwoorden :
Les pronoms personnels, de persoonlijke voornaam-
woorden.