Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
Gij ziet hieruit, dat een voorstel [proposition) uit
twee voorname deelen bestaat, namelijii:
la boule . . Ie sujet, de bal : het onderwerp.
est ronde . . Vattribut, is rond : het gezegde.
Ontleedt op dezelfde wijze eens de volgende voor-
stellen op uwe lei :
Dieu est jiiste, God is regtvaardig.
Les élèves sont diligents, De leerlingen zijn vlijtig.
Ma tante est partie, Mijne tante is vertrokken.
Le chien aboie. De hond blaft.
Vos frères viennent, Uwe broeders komen.
Dormez-vous? Slaapt gij?
Ce chien sera fidèle, Die houd zal getrouw zijn.
Ces filles seront paresseuses, Die meisjes zullen lui zijn.
Serait-il attentif? Zou hij oplettend zijn?
Ils seraient obéissants, Zij zouden gehoorzaam zijn.
Suis-je malhonnête? Ben ik onfatsoenlijk?
Sommes-nous crédules? Zijn wij ligtgeloovig?
Er moet somtijds iets bij het voorstel gevoegd
worden, als men zijne gedachten duidelijk wil uit-
drukken. Als ik tot u zeg: de man schrijft, heb
ik dan mijne gedachten wel duidelijk genoeg uitge-
drukt? Immers, gij zoudt mij kunnen vragen, wat
schrijft hij? Is het een brief, of wat anders? —
Maar zeg ik : de man schrijft eenen brief, dan
houdt die zwarigheid op ; want nu weet gij, dat het
geene rekening of iets anders is. In dit voorbeeld
heb ik dus gezegd, wat er geschreven wordt, na-
melijk een brief. De brief ondergaat of ontvangt de
handeling van schrijven, en heet daarom het voor-
werp der handeling {Ie complément direct). Daarom
2*