Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1C9
Les taillandiers font les
outils pour les charpen-
tiers, les tonneliers, les
charrons, etc.
Par exemple : des faux, des
huches, der serpes, des
rabots, des vilebrequins,
etc.
Un maréchal estun artisan
dont le métier est de
ferrer les chevaux.
Les merciers étalent à la
foire leurs marchandises
dans des baraques.
Lesporteballes vont par les
villes et les village s. pour
y vendre toute sorte de
menues marchandises.
Le tailleur fait les habits.
Le tailleur de pierres taille
la pierre.
De egsineden maken de ge-
reedschappen voor de
timmerheden, de kui-
pers, de wagenmakers,
enz.
Bij voorbeeld: zeisen, bij-
len, snoeimessen, scha-
ven, boren, enz.
Een hoefsmid is een am-
bachtsman , wiens am-
bacht is de paarden te
beslaan.
De kramers stallen hunue
waren uit in kramen,
gedurende de kermis.
De marskramers gaan dour
de steden en dorpen,
■om er allerhande kleine
koopwaren te venten.
De kleérmaker maakt de
kleedercn.
De steenhouwer houwt
steenen.
18.
Ce peintre a fait un beau
tableau.
Le barbouilleur peint avec
I
Die schilder heeft eene
fraaije schilderij gemaakt.
Dc verwer verwt met den
12*