Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
participe passif: absous en dissous, en hebben geen
passé défini. Voor het overige worden zij vervoegd
als résoudre. Als bijvoegelijke naamwoorden veran-
deren absous en dissous in het vrouwelijke in absoute
en dissoute.
Moudre, malen; ayant moulu, moulant, moulu.
A. Mouds, mouds; moud; moulons, moulez, moulent.
8. Moulais. — G. Moulus. — D. Moudrai. —
E. Moudrais. — E. Moule. — G. Moulusse, —
H. Mouds, qu'il moule.
Zoo ook é moudre, slijpen; remoudre, op nieuw
malen, en rémoudre, op nieuw slijpen.
Coudre, naaijen; ayant cousu, cousant, cousu.
A. Couds, couds, coud; cousons, cousez, cousent.
B. Cousais. — G. Cousis. — D. Coudrai- — E, Cou-
drais. — F. Couse.
G. Cousisse. — H. Couds, qu'il couse, etc.
Zoo ook découdre, lostornen.
Suivre, volgen; ayant suivi, suivant, suivi.
A. Suis, suis, suit; suivons, suivez, suivent.
B. Suivais. — G. Suivis. — D. Suivrai. — E. Sui-
vrais. — F. Suive.
G. Suivisse. — H. Suis, qu'il suive.
Zoo ook poursuivre, vervolgen, cn .^'ensuivre, er
uit volgen.
Vivre, leven; ayant vécu, vivant, vécu.
A. Vis, vis vis; vivons, vivez, vivent. — B. Vivais.
G. Vécus. — Ü. Vivrai. E. Vivrais. F. Vive. —
G. Vécusse. — H. Vis, qu'il vive, etc.