Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
ACHT EN VEERTIGSTE LES.
Overige Onregelniatl8;e Werkwoorden.
Prendre, nemen; ayant pris, prenant, pris.
A. Prends, prends, prend; prenons, prenez, prennent.
B. Prenais. — C. Pris. — Ü. Prendrai. ~ E. Pren-
drais. Prenne, prennes, prenne; prenions, pre-
niez, prennent. G. Prisse. — H. Prends, qu'il
prenne, prenons. etc.
Prendre beteekent ook » drinken" als men van
warme dranken spreekt: Wij drinken thee, nous
prenons du thé.
Zoo worden al de werkwoorden vervoegd, die met
prendre zamengesteld zijn.
Conclure, besluiten, een besluit trekken; ayant
conclu, concluant, conclu.
A. Conclus, conclus, conclut; concluons, concluez,
concluent. B. Concluais. — C. Conclus. — I). Con-
clurai. — E. Conclurais. — F. Conclue. — G. Con-
clusse. H. Conclus, etc.
Zoo ook exclure, uitsluiten.
Bésoudre, besluiten, een besluit nemen; ayant
résolu, résolvant, résolu.
A. Résous , résous , résout ; résolvons , résolvez , ré-
solvent. B. Résolvais. G. Résolus. — D. Résou-
drai. — E. Résoudrais.
F. Résolve. — G. Résolusse. — H. Résous, etc.
De werkwoorden absoudre, vrijspreken, en dis-
soudre, oplossen in eene vloeistof, hebben in het