Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
O F V E I O E
Wij sdirijven brieven aan onzen vriend, dien wij
reeds lang dood waanden 1). Wij zullen onze ver-
talingen overschrijven 2). Zij beschreven (G) 3) ons de
lijding 4) van de stad Wat zegt gij van de vorde-
ringen mijns zoons? Ik vind dat hij zeer wel leert.
Wij laclïlen (C) om 5) die grap G); maar waarom
zouden zij niet gelagchen hebben? Hij glimlachte (C),
toen ik hem dat nieuws vertelde. Wij hebben genoeg
gedronken; onze dorst is gelescht 7). Als gij kwaad-
spreekt 7*), maakt 8) u strafwaardig 9). Nie-
mand kan de toekomst 10) voorzeggen 11) Zult gij
die boeken niet overlezen, of zult gij ze mij terug-
zenden? Ik weet niet, wat ik doen zal. Gelooft
gij dat sJeclite menschen gelukkig zijn? Wij willen
dat nimmer gelooven.
1) croirc- 2) transcrire. 3) décrirê. (C). 4) siluation. 5) de.
6) farce, f. 7) élanrlier. 7*) médire. 8) se rendre,
9) punissable. lOJ avcnir, m. U) prédire.
2.
Drii7k een glas \^ijn, dat zal u goed 1) doen. Hij
doel niets dan eten en drinken 2). Zij drinken bier;
maar wij drinken waler. Waarom lachlet gij, toen
ik in de kamer trad (C)? Wat zeide (C) hij u, toen
gij hem de waarheid vraagdet (C)? Ik vond (C) hem
schrijvende aan zijne ouders, en wij vonden haar
tranen 3) stortende 4). Zal ik uwen naam op de
j lijst 5) schrijven 6).^ Zullen zij hunne brieven on-