Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1-28
Frire, in de pan bakken; ayant frit, (geen Part.
Act.) frit.
A- Fris, fris, frit, meervoud onlbreekt. — B. Ont-
breekt. — C. Onlbreekt.
D. Frirai. ~ E. Frirais. — F. Ontbreekt. —
G. Ontbreekt. H. Fris.
Om de tijden en personen uit te drukken,' die in
dit werkwoord ontbreken, voegt men faire bij zijn
infinitif. Zoo zegt men : nous faisons frire.
Suffire, voeldoende zijn, gaal als dire; maar men
zegt : vous suffisez, en hel participe passif is : suffi.
Boire, drinken; ayant bu, butant, bu.
A. hois, bois, boit; buvons, buvez, boivent.
B. Buvais. — C. Bus — f). Boirai. — E. Boi-
rais. — F. Boive, boives, boive; buvions, buviez,
boivent. — G. Busse.
H. Bois, qu'il boive; buvons, buvez, qu'ils boivent.
Croire, gelooven, meenen ; ayant cru, croyons, cru.
A. Crois, crois, croit; croyons, croyez, croient.
B. Croyais. — G. Crus. — D. Croirai. ~ E. Croi-
rais. — F. Croie, croies, croie; croyions, croyiez,
croient. — G. Crusse.
H. Crois, qu'il croie, croyons, croyez, qu'ils croient.