Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
kunnen voorzien^ Ik voorzag (C) wel wat gebeu-
ren 5) zou. Ilij Iieefi voorzien in 6) al onze be-
hoeffen 7). Wij znllen in 6) ons onderhoud 8) en
in dat onzer familie voorzien. Ofschoon hij ziet, dat
men hem bedriegt, luistert hij niet naar 9) goeden
raad. Ik zal met vermaak zien dal gij bij mij komt (F).
Men ziet hem, ofschoon hij het 10) niet vermoedt.
Zie de schilderij, zij verdient 11) gezien te worden.
1) élolfjneiiient, m 2)ohjei, m. 3) obscurité, f. 4) accident, m.
5) aniver. 6) ä. 7) besuin, m. 8) subsistance, f. 9) écouter.
10) en. 11) mériter.
2.
Ik ga zitten. Hij zit. — Men verzocht (C) hem
te gaan zilten. Zet u neder 1) op het gras 2). Ik
zou gaan ziilen, als ik vermoeid 3) was. Waar wilt
gij dat ik ga zillen (F)? Wij zullen gaan zitten, als gij
het verlangt. Hebt gij u niet op dien stoel neder-
gezet? Laten wij ons nederzetten. Toen hij gezeten
was, viel hij in slaap (C) 4). Hij is tot den rang 5)
van luitenant 6) bevorderd geworden, Naauwelijks 7)
waren (C) wij op het schip, of 8) de zee begon (C)
onstniuïig te worden. Waarom hebt gij dien twist
verwekt? Men heeft ons tot eereposten 9) willen
bevorderen. Zou het morgen regenen? Ofschoon
het regent, zullen wij echter uitgaan. Kent gij uwe
les? Neen, ik ken ze niet, maar ik zal ze gaauw
kennen. Verondersteld dat gij uwe lessen kendet,
zoudt gij echter niet kunnen spelen.
1) s'asseoir. 2) g^azon, m. 3) fatigué. 4) s^endormir.
6) grade, m. 6) lieulenant. 7) è peine. 8) que.
9) dignité, f.