Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
111
Le vent émeut les flots de De wirid brengl de golven
la mer, der zee in beweging.
Emouvoir une sédition, Eenen opsiatid, eenen
une querelle, twist verwekken.
Pleuvoir, regenen: ayant plu, phuvant, plu-
A. Il pleut. — B. Il pleuvait. — Il plut. — D. Il
pleuvra.
E. Il pleuvrait. — F. qu'il pleuve. — G. qu'il plût, —
(Geen Imp.)
Pouvoir, knnnen : ayant pu, pouvant, pu.
A. Puis, peux, peut; pouvons, pouvez, peuvent.
B. Pouvais. — C. Pus. — 1). Pourrai. — E. Pourrais.
F. Puisse. — G. Pusse. (Geen Imp.)
Savoir, welen; ayant su; sachant, su.
A. Sais, sais, sait; savons, savez, savent,
li. Savais. — C. Sus. — D. Saurai. — E. Saurais.
F. Sache. — G. Susse. — H. Sache, qu'il sache,
sachons, sachez, qu'ils sachent.
Dit werkwoord beteekenl somtijds ook in onze taal :
kunnen, met dit onderscheid, Aal pouvoir hetUnih : in
slaal zijn oin iets te doen, en savoir, iets kunnen
doen of kennen, dewijl men hel geleerd heeft:
II sait sa leçon, Hij kent zijne les.
II sait danser. Hij kan dansen, (dewijl
hij het geleerd heeft.)
Je ne puis réussir dans Ik kan in die zaak niet
celle affaire. slagen, (dewijl ik er
niet toe in staat ben).