Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
Il y aurait.
Il y aurait eu.
Qu'il y ait,
Quoiquil y ail.
Bien qu'il y eût,
Quoiquil y ait eu,
Quoiqu'il y eût eu.
Er zou zijn, of er zouden
zijn.
Er zon geweest zijn, of er
zouden geweest zijn.
Laai er zijn.
Ofschoon er zij, of zijn.
Hoewel er ware, of waren.
Ofschoon er geweest zij , of
zijn.
Ofschoon er geweest ware,
of waren.
Dit zelfde onpersoordijke werkwoord beteekent ook,
van tijd sprekende; het is yeleden, het was geleden,
enz.
II y a un an.
Il y avait un mois.
Het is een jaar geleden.
Het was eene maand geleden.
OEFEüVli^C^EX.
Wij verbeelden ons 1), dal gij gelijk hebt. Gij
wordt door uwe ouders bemind. Hij wordt geacht 2)
en geëerd 3). Zij wandelden aan deze zijde 4) der
rivier. Hij kleedt zich om uit te gaan. Wij hebben
berouw over 5) onze misslagen. Zou hij niet door
zijne uïoeder bemind worden ? Gij zult u herinneren
dat ik hem eens ontmoet heb. Ik vlei mij, dat hij
door zijnen vader bemind zal worden. Verbeelddet
gij u niet, dat uw broeder ongelijk had? Zouden
3