Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
hunne belofte 3). Wij zullen geraken tot 4) ons
oogmerk ö). Gij zult verkrijgen wat gij vraagt, als
gïj lieleefd zijl. Wij komen met u overeen, dat hij
ongelijk 6) had. Aan wien belmoren die paarden?
Hebben zij niet aan uwen vader behoord ? Hij wordt
een braaf' man.
1) appelcr. 2) discipline, f. 3) promesse, f. 4) A
5) but, m. 6) tort.
Zouden zij dezen avond terugkomen? Zouden zij
hunne familie onderhouden? Zal hij een geleerd man
worden? Znllen <lie menschen lot het 1) van
roem geraken? Ik zal hem stralfen, opdat hij voor-
zigtiger worde. Laten wij de rampen voorkomen,
die uit 2) zijne onvoorzigligheid zouden kunnen 3)
voortkomen. Ik hoop, dat gij uw woord zult houden,
en dat gij mij de toekomende week met 2) een be-
zoek 4J zult vereeren 5). Ik zal de toestemming 6)
van den koning verkrijgen. Ofschoon gij voor 7) het
einde 8) der week terugkomet, zullen wij echter 9*)
op reis gaan. VVij kwamen (C) te regier tijd 9).
Hij kwam lusschen beiden in die moeijelijke zaak.
1) conible, ni. 2) de. 3) pourraient. 4) visite, f.
5) Ijonorer. 6) consenternent, m. 7) avant 8) fin, f,
9*) cepenilant. 9) fort è point.
3.
Zult gij onihouden, wat ik u gezegd 1) heb?
Ondersteun dien man, uit vrees dat hij valle. Ik
ontkende (C) . wat 2) hij gezegd had. Zij geraakten (C)
tot het toppnnl van roem. Konit die ramp niet voort