Boekgegevens
Titel: De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Deel: 3e stukje
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1856
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4679
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De beginselen der Fransche taal gemakkelijk gemaakt voor jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
6.
Zouden zij van alle kanten toeloopen? Zoudt gij
van vrees opspringen bij het gezigt 1) van een
tijger? Zou die zaak geen overleg vereischen?
Zouden wij naar de kerk gaan? Hebben die boeren
dit jaar veel hooi verzameld? Stierven (^C) zij voor
hun vaderland? Hij is met een eervollen 2) post
bekleed. Zult gij mij de boeken zenden, die ik u
gevraagd 3) heb? Hij heeft de armen gekleed en
gevoed. Ue bedrijvende deelwoorden van al die
werkwoorden zijn: kokende, verkrijgende. stervende,
opspringende, kleedende, veroverende, aanvallende,
vlugtende, ondersteunende, vereischende, bekleedende,
loopende, verkokende. Zou men dien weg verkorten?
Zou hij de straf ondergaan? Zullen wij in die
onderneming slagen?
1) i la vue. 2) lionorablef. 3) demandés.
ZEVEN EN DERTIGSTE LES.
Onrcgeliuafige Wcrkwoordeu in
MIR, TIR, VIR.
Dormir, slapen ; avoir dormi, dormant, dormi.
A. Dors, dors, dort; dormons, dormez, dorment.
B. Dormais. — C.Dormis. — D.Dormirai. — ^..Dormirais.
F. Dorme, dormes, dorme; dormions, dormiez, dorment.
G. Dormisse. — H. Dors, quil dorme etc.