Boekgegevens
Titel: Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: W. Brave, ca. 1832 *
27e dr; 1e uitg. 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4515
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200779
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
C SI )
een üur daarna vroeg, of zrj de enjes al ge-
wied had, was het weer: „ 6! Ik heb er
niet aan gedacht."
Was dat braaf van mietje, zoo achteloos
te zijn ?
„ Wel nu!" fprak hare moeder toen, „ ga
„ er' dan oogenblikkelijk heen." Met deze
woorden, nam zij mietje bij den arm,
cn zette haar, met een donker gezigt, de
deur uit.
Hoe wéinig zin mietje' nu aan het wie-
den had, moest zij toch gehoorzamen. In
het heen gaan, riep zij nug: „ maar als het
etenstijd is f lieve moeder! hoe dan ?" —
y, Dan zal moeder u laten roepen;" ant-
woordde hare moeder.
Toen mietje eindelijk de ertjes fchoon
gewied had, liep zij fchielijk naar huis. —■
„Nu!" zeide zij onderweg, „ ik zal er
van middag goed wat aan doen, want ik
heb een* honger als een paard:" — Maar,
6 jongens! wat ftond zij te kijken , toen zij te
huis kwam.^ Zij vond de hond in den pot.
Vader en moeder hadden al gedaan met eten.
En nu fchoot er voor mietje niet over
dan een' boterham. „ Waarom heeft moeder
Da mij