Boekgegevens
Titel: Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: W. Brave, ca. 1832 *
27e dr; 1e uitg. 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4515
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200779
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( " )
koude water'? dat korat er van ^ als men on-
gehoorzaam is.
Nu was het: „ help! help! lielp!"
Een vreemd man, die kees hoorde fchreeu-
wen, fprong toe, en hielp hem wcér op den
wal. Als die vreemde maii niet gekomen was,
had KEES nooit zijn vader en moeder weêr
gezien; hij was dan zdierlyk verdronken.
„ Gij zijt ongehoorzaam geweest;" zei de
vreemde man. „ Ik kan het u wel aan den neus
„ zien." — „ Ach ja!" riep kees, al fchrei-
jende, « dat ben ik ook. Maar ik zal het
„ nooit wcêrdoen."
„ Dac is het beste berouwfprak de
vreemdeling, „ Maar ziet gq nu wel, dat een
„ kind zijn eigen best niet weet ? Wie we-
^ten dat?"
willem.
i6. VADER EN MOEDER WE-
TEN BEST, WAT GOEÜ EN
KWAAD IS VOOR'EEN
KIND.
„ Dat inijemen! dat innemen! kon ik daar
„ eens vac vérlost wordenzei frans ,
terwij! hij ziek te bed lag.
Ik