Boekgegevens
Titel: Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: W. Brave, ca. 1832 *
27e dr; 1e uitg. 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4515
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200779
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( IS )
^ Dh hun leyen roekloos wagen,
„ Zulkn zich te laat beklugcn.^''
Doch KOENRAAD ftoordc zich daar niet
;ian.
Eens, naar ouder gewoonte, tegen de
brug op loopende, deed hij een (lap te ver.
Nu ftortte hij voorover, en viel. Waar viel
hy? juist op de fteê, daar de klap neêr ko-
men moest. Naauwdijks lag hij daar, of de
zware klap — hui! wie zou er niet van
beven! — of de zware klap, zeg ik, viel op
hem neêr. En hoe het den armen jcngeu
ging , is ligt te denken. Hij bleef op de
pkats dood. Toen men hem uitgekleed had,
vond men, dat hem alle ribben in het lijf
gebroken waren.
O Lieve kinderen! laat ons toch nooit
doen , wat vader en moeder ons afraden.
HENDRiC.
13. HOE HEET MEN ZULKE
MEISJES?
Kent gij lotje wel, kinderen ? 0! dat is
een wonderlijk meisje. Het is anders een lief
kind;