Boekgegevens
Titel: Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: W. Brave, ca. 1832 *
27e dr; 1e uitg. 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4515
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200779
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 17 )
^ jonge kindertjes minder goedzegt vader j
en daarom wilde roosjk die ook niet drinken.
Moe lekker dan het boterhammetje haar fmaak«
te, als zij haar gebedje gedaan, en zich ge-
wasrchcnhad, o! dat ondervinden wij alle mor-
gen. Is dat zoo niet, lieve kindertjes?
> , betje.
la. ZOO GAAT HET, ALS MEN
NiET NAAR GOEDEN RAAD
WIL LUISTEREN.
Bij zeker dorp was eene klapbnig. — Wat
is dat, eene klapbrug? Gedurig moest deze
klapbrug opgehaald worden. Waarom? Well
om de fchepen, die er onder door moesten.
De kinderen, die daar'omtrent woonden,
hadden de leelijke gewoonte, om fel tegen de
brug op te loopen, als zij weêr neêrgelaten
werd. Niemand deed dit meer dan koen-
raad. Ahoos was hij er eerst boven op.
Ook durfde niet een zich zoo ver op het kant-
je wagen, als hij. Zijn vader zei gedurig:
„ raad! raad ! denk aan het versje:
B „ Dis