Boekgegevens
Titel: Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: W. Brave, ca. 1832 *
27e dr; 1e uitg. 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4515
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200779
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( la )
beter wilde. Nu werd zij eiken dag beknord.
En altoos is zij een flechte fchrijFfler gebleven.
Zoo bedroog grietje zich zelve.
betje.
8. DE BEDRIEGER BEDROGEN.
Even eens ging het willem. Ajs hij in
fchool versjes-moest opzeggen, lei hij- zijn
hoed voor zich op tafel, en de versjes,
die hij opzeggen moest, in den hoed. Wanneer
hij dan versjes opzeggen moest, keek hij ge-
durig in den hoed. En zoo kende hij zijne
versjes altijd veel beter, dan een van ons allen.
Meester zag het wel; maar meester hield
zich, als of hij het niet zag.
Maar mijn hee/ willem werd mooi be-
drogen 1
Eens kwam er een heer in fchool. Toen
zei meester: „ daar heb ik ginder een jongen
„ zitten , die versjes opzeggen kan , zoo mooi,
„ als gij het nog nooit gehoord hebt." — „ Kom
^^ eens hier5 willem!"
Nu moest willem bij meester komen. .—
O I gy moest eens gezien hebben, hoe be-
droefd hij naar zijn hoed keek. Maar hij dorst
-hem toch niet medenemen.
„ Kom 5 vviïllem !" zei meester nu, „ laat
« nu