Boekgegevens
Titel: Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: W. Brave, ca. 1832 *
27e dr; 1e uitg. 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4515
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200779
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jacob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 2 ■)
„ en ik !,.. Zie eens , vaderlief! wat heb ik
V, liier ?"... — „ Nu aan het vertellen! niet
y, waar, lieve vader ?" voegen de overigen er
dan bij. En omdat die kindertjes altijd lief
en zoet zijn, doet vader jakob ook graag
hun zin. Zoo doende gaat er dan al menig
avond met vertellen voorbij.
Eens op een avond, zei vader jakob :
„hoort, kindertjes! vader heeft nu al zoo
„ dikwijls verteld: vertelt gij vader nu ook
„ eejis wat!''
De kinderen. He, vaderlief! wat zul-
len wij vertellen? Wq weten immers niets.
Vader jakob. Hoe ! gij weet niets ? Hebt
gij dan va^n al wat vader u verteld heeft;
wat uwe fpeelmakkertjes u verhaald heb-
ben; wat gij gelezen hebt in uwe mooije
boekjes: hebt gij dan , van dat alles, niets
onthouden? o~! W4t kan het dan helpen, of
vader u al vertelt, als gij het zoo fchielijk
weêr vergeet ? — Hoort! vader wil een be-
ding met u maken. Wij zullen achter op
moeders bleekvéldje, in een' ronden kring,
bij elkander gaan zitten.
Betje. In .het prieeltje?. Dat zal prettig
wezen.
Va.