Boekgegevens
Titel: De kleine rekenmeester, of gemakkelijk rekenboekje voor meergevorderden: stelsel van munten, maten en gewichten
Serie: Tien cents rekenboekjes, 3
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1859
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4547
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200774
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine rekenmeester, of gemakkelijk rekenboekje voor meergevorderden: stelsel van munten, maten en gewichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
van de rest het elfde deel en daarna van het
overschot nog het vijfde deel; hoe veel hield
men over?
88. Van 784,25 « tabak was het 12,5de deel
bedorven. De rest werd verkocht voor 60 ct.
het 8; hoe hoog was de rekening?
89. Een landman verkocht van zijne bezit-
tingen, groot 36 bund. 12 vierk. rd., tweemaal
het zesde deel, het bunder tegen 240 gld. o) Hoe
veel verkocht hij ? 6) Hoe veel geld ontving hy ?
90. Een hoop zand, groot 258 kub el, moest
met eene schuit vervoerd worden, waarin 16 kub.
el en 125 kub. plm. kon geladen worden; hoe
menigmaal moest men laden en lossen?
91. Een schipper kocht van een' houtbaas
uit Boschwijk 16 wissen en 250 kub. plm. brand-
hout; van zijn' buurman juist 7,4 maal zoo
veel. a) Hoe veel was dit te zamen? Toen hij
ter plaats kwam, verkocht hij er dadelijk het
vijfde deel van. 6) Hoe veel was dat ? De rest
verkocht hij aan 7 winkeliers, c) Hoe veel kon
ieder daarvan krijgen ?
92. Voor eene el laken werd 7,50 gld. betaald;
a) Hoe hoog kwam de plm. ? b-) Hoe hoog 75
plm.? c) Hoe hoog 174 dm.?
93. Voor een vat traan moest men 6,50 gld.
geven; a) Hoe hoog kwam de kn. ? b) Hoe
hoog 135 maatjes? cj Hoe hoog 3672 vingerh.?
94. Voor eene partij koren, waaraan 16 md.,
werd de somma van 68 gld. betaald; a) Hoe
hoog kwam de md. ? b) En hoe hoog 175 schp.?
95. Voor 16 « en 25 ld. koffij werd 13 gld.
betaald, a) Hoe veel was dit het S? b) Hoe
veel het ld.? c) Hoe veel 75 wigtjes?
96. Voor een last haver moest men onlangs
75 gld. betalen; a) Hoe hoog kwam de md. ? b)