Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 232 ^
Bladz. 37.
par-ci par-là, hier en daar. beurre, m., hoter, v. argenterie, f., silverweric, o. épluchures,
f. pl., afval, m. asperge, f., aspersie, v. artichaut, m., artisjok, v. proverbe, m., spreek-
woord, 0. fossé, m., sloot, v. industriel, m., industrieel, koopman, achever de écnnaître,
geheel te leeren kennen, marque, f., teeken, bewijs, o. le fait est que, het is waar dat. tran-
che, f., snede, v. jambon, m., ham, v. espèce, f., soort, v. par ordre, in orde, ordelijk,
produit, m., opbrengst, v., voortbrengsel, o. possibilité, f., mogelijkheid, v. pratiquer, uitoefe-
nen, beoefenen, effectivement, werkelijk, inderdaad, industrie, f., nijverheid, v.
chasse f., jacht, v. ours, m., beer, m. 'chasse à Tours, beerenjacht. voler, vliegen;
stelen, poire, i., peer, v. bête, f., beest, dier, o. préférence, f, voorkeur, v.; de préférence,
bij voorkeur, poirier, m., pereboom, m. crassane, f., herfstpeer, v. {met langen steel), se
douter de q.ch., iets vermoeden, denken, verger, m., boomgaard, m. fondre, smelten, fondant,
sappig, par malheur, bij ongeluk, de'gât, m., verwoesting; schade, v.; faire du dégât, verwoes-
ting aanrichten, clos, m., afgesloten ruimte, v., tuin, m. fusil, m., geweer, o.; charger un
fusil, een geweer laden, sel de cuisine, m., keukenzout, o. cuisine, f., keuken, v. affût, m.,
affuit, V., schuilplaats, v. se mettre à l'affût, zich op de loer leggen, rugissement, m. {van
rugir, brullen), gebrul, gehuil, o. retentir, weergalmen, weerklinken, tiens, kijk, ziedaar,
hoor eens. gagner, winnen; bereiken, plat, e, plat. ventre, m., buik, m. à plat ventre,
plat op den buik. ligne, f., lijn, v. en question, waarvan sprake is, bedoelde, lestement,
vlug, behendig, craquer, kraken, consommation, f., maal, verbruik, o. tel, Ie, zoodanig, zulk,
évident, e, blijkbaar, duidelijk, pareil, le, dergelijk, zulk, rendre inutile, onnooiig maken,
rassasier, verzadigen, descendre, afklimmen, afstijgen, repasser, weder voorbijgaan, scier,
zagen, lingot, m., staaf, stang, v. fourche, f., gaffel, hooivork, v. en bomme qui s'y connaît,
aU iemand, die er verstand van heeft, réfléchir, overleggen, nadenken, franc, che, vrij,
openhartig, chiffon, m, lomp, vodde, v.; stukje, o. percer, doorboren, peau, f., huid, v.
chamois, m., gems, v. reprendre, hernemen, hervatten, selon, naar, volgens; c'est selon, dat
kan er naar zijn. prime, f., premie, v. chair, f., vleesch, o. passage, m., weg, doortocht,
m. sifider, fluiten, charge de poudre, lading, kruitlading, v.
Blada. 38.
carabine, f., karabijn, v. munition, f., voorraad, krijgsvoorraad, m. balie, f., kogel, plomb,
m., lood, 0. gâter, bederven, beschadigen, tuer, dooden. roide, stijf; — adv. snel. compter,
rekenen-, denken; voornemens zijn, prévenir, voorkomen; berichten; vooruit zeggen, bonne chance,
veel geluk, rancune, f., wrok, haat, m. rouler, rollen, wikkelen, enfoncer, inslaan; s'enfoncer,
zich diep in begeven, verdwijnen in. sapin, m., denneboom, m. mi-côte, f., verhevenfieid,
hoogte, v. porte de derrière, f., achterdeur, v. rocher, m., rots, v. grisâtre, grauw, grijs-
achtig. tout au plus, op zijn hoogst, fioogstens. épier, bespieden, dérouler, ontrollen, dedans,
er in. se confondre, zich gelijk maken; zich verwarren, immobilité, f, onhewegelijkheid, v.
prolonger, verlengen, lang aanfiouden. soit ... soit, hetzij... of. ruse, f., list, v. éventer,
L ontdekken, de lucht krijgen van; bemerken, chasseur, m., jager, m. contraire, m., tegendeel,
v 0. décrire, beschrijven, circuit, m., omtrek, omloop, m. portée, f., bereik, o. bouger, zich
'I verroeren, guetter q.q., iemand bespieden, braver q.q., iemand trotseeren, het hoofd bieden,
1 tronc, m., stam, m. patte, f., poot, m.; patte de devant, voorpoot, présenter à découvert,
' ontbloot aanbieden, poitrine, f., borst, v. épaule, f., schouder, m. sillon, m., voor, v.; straal,
m. coup, m , scfiot, o.; slag, ra. pousser, stooten, uitstooten. blesser, wonden, kwetsen, s'en-
fuir, vluchten, rentrer, weder terugtrekken; weder insteken, haleine, f., adem, m. liane, m.,
zijde, v. blessure, f, wond, v. reprendre sa course, zijn weg vervolgen, se heurter contre^
aanloopen, stooten tegen, canon, ra., geweerloop, m. aspirer, inademen, bruyamment, luià^
ruchtig, met veel geraas.
Bladz. 39.
s'élancer, toeschieten, poursuite, f., vervolging, v. agonie, f., doodsangst, m. à raoi! helpl
pente, f., helling, schuinte, v. terrain, ra., grond, m. précipiter, storten; verhaasten, au fur
et à mesure, naarmate; al naar dat. monstrueux, se, monsterachtig, ontzettend groot, fouler,
vertreden, vertrappen, lambeau, ra., lap, flarde, ra. acharné à q.ch., begeerig naar iets, proie,
f., prooi, V.; buit, roof, ra. tirer, schieten-, trekken, bourrer, stoppen, volstoppen {met haar).