Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
231 —
pitamment, haastig, snel^ cierge, f., waskaars, v, cadavre, m., lijk, o. déplorable, heilagens-
waardig, indigence, f., armoede, v. malsain, e, OTigezond. rapprocher, naderen; hij elkander
brengen, par milliers, bij duizenden, de jour, hij dag. apprendre q.ch. à q.q., iemand iets
berichten, odear, f., reuk, m. fétide, stinkend, exhaler, uitwasemen, van zich geven, peur,
f.f vrees, v. corruption, f., besmetting, bedorvenheid, v, porter q.q. à faire q.ch., iemand er
toe brengen, aanzetten, iets te doen. à défaut, bij gebrek daaraan, planche, f., plank, v.
emporter, wegdragen, wegvoeren, contenir, bevatten, inhouden, cheminer, op weg zijn. faire
Toffice des morts, de lijkdienst verrichten, cortège, m., stoet, m. s'engager, zich verhinden,
ensevelir, begraven, ter aarde bestellen, consacrer, wijden, toewijden, creuser, graven, cime-
tière, m., kerkhof, o. ranger, schikken, plaatsen, par lits, naast elkander, à mesure que,
naarmate, naar gelang van, recouvrir, weder bedekken, bedekken, survivant, m., overlevende,
m. divertissement, m. {van divertir, vermaken), vermaak, o., uitspanning, v. épidémie, f.,
besmettelijke ziekte, v. jouissance, f. {van jouir, genieten), genot, o., genieting, v. toutes les
fois que, zoo dikwijls als. à leur gré, naar hun smaak, discrétion, f., bescheidenheid, v.;
believen, o. être à la discrétion de q.q., tot iemands beschikking zij7i. prendre un droit, zich
een recht aanmatigen, ministre, m., bedienaar, m. exécution, f., uitvoering, voltrekking, v.
frappé, e, getroffen, aangetast {door de ziekte), dépourvu, e, beroofd, ontbloot, garde, m.,
wachter, oppasser, m. subalterne, m., ondergeschikte, m. imprimer, inboezemen, crainte, f,
{van craindre, vreezen), ontzag, o. à sa fantaisie, naar zijn goedvinden, château, m., kasteel,
slot, 0. petitesse, f., kleinheid, v. capitale, f., hoofdstad, v. négligent, e, onachtzaam; on-
bekommerd, onverschillig, fatigue, f., vermoeienis, moeite, v. recueillir, oogsten, inzamelen,
bétail, m., vee, o. désert, e, verlaten, ledig, récolte, f., oogst, m." moissonner {van moisson,
f., oogst, m.), inoogsten, inzamelen, surveiller, bewaken, territoire, m., gebied, grondgebied, o.
Boccace, Boccacio, een Italiaan^ch dichter, die in dien tijd leefde, estimer, schatten; achten,
reconnaître, erkennen, inzien, quiconque, alwie. effet, ra., werking, v., uitwerksel, o.; —, pl.,
effecten, o. ra.; bezittingen, zaken, v. m. rendre les derniers devoirs, de laatste eer bewijzen,
privé de sépulture, onbegraven, historien, m. {van histoire, f., geschiedenis, v.), geschiedschrij-
ver, ra. enlever, wegnemen; medeslepen, ten grave slepen, ^
Bladz. 36.
extréraité, f., einde; uiteinde, o. épouvantable, schrikwekkend.
faubourg, ra. (faux bourg, oneigenlijke stad), voorstad, v. messager, ra., bode, m.
ressource, f, hulpmiddel, redmiddel, o. faire son chemin, zijn fortuin maken, emplir, vullen.
laquais, ra, lakei, ra. propriétaire, m-, eigenaar, m. fonds, ra , bezitting, v., vermogen, o,
crochet, m., haak, ra. ivraie, f-, onkruid, o. suisse, ra. {zwitser); portier, m. matin, m.,
morgen, ochtend, m.; —, adv. *smorgens vroeg, fen, m., vuur, o.; adj. feu, e, wijlen, overle-
den. parrain, ra., peetoom, ra. être à l'aise, tevreden zijn; welgesteld zijn.
chiffonnier, ra. {yan chiffon), voddenraper, ra. activité, f., werkzaamheid, bedrij-
vigheid, V. hotte, f., draagkorf, ra. en place de, in plaais van. tablier, m., boezelaar, m.,
voorschoot, 0. borne, f., grens, v., hoeksteen, m. coin, ra., hoek, m. adresse, f., behendigheid,
vlugheid, v. dextérité, f., handigheid, v. à force de le suivre, door hem langen tijd te volgen,
os, ra., been, o. cuir, m,, leder, o. cendre, f., asch, v. ferraille, f. {van fer, ra., ijzer, o.),
oud ijzer, ijzerwerk, o. pousser, stooten; drijven, je m'actachai à ses pas, volgde ik hem op
den voet. causer, praten, confrère, ra., medebroeder, makker, ra. faire part à q.q. de q.ch.,
iemand iets mededeelen, trouvaille, f. {van trouver, vinden), vond, m. lier conversation, een
gesprek aanknoopen. mépriser, verachten, boirc, drinken fje bois, nous buvons, ils boivent; jo
bus; je boirai; bu, e). bouteille, f., jlesch, v. à condition que, onder voorwaarde dat, toute-
fois, evenwel, nogians. goûter, proeven, sans façon, zonder complimenten, plichtpleging, laver,
•i^schen. pompe, f., pomp, v. cabaret, m., kleine herberg, v., kroeg, ra. gager, wedden.
Mnchement, openhartig, ronduit, gratte-ruisseanx, m. s. et pl. {yan gratter, krabben, en ruis-
seau, goot, V.,) gootkrabber, ra. ne . . . guère, niet veel-, ne guère que, 7neestal, alleen, meest
altijd, établisseraent, m. {van établir, vestigen), zaak, v.; beroep, o. tonneau, ra., ton, v.
défoncé, e, bodemloos, zonder bodem, avance, f., uitschot, o.; vooruitbetaling, v. crédit, m.,
krediet, o., borg, ra. commissionnaire, ra., zaakwaarnemer, ra. sel aramoniac, ra., ammoniak-
zout, O., salmoniak, v. noir animal, m., beenzwart, o étameur, ra., vertinner, ra. cirage, m.
{van cire, f., was, o.), schoensmeer, o. pâte, f., deeg, o., pap, v. carton, m., bordpapier, o.
placer, plaatsen; brengen, verkoopen, verrier, m. {yan verre, m., glas., o.), glazenmaker, m.
vitriol, m.,^ vitriool, o. redresser, recht maken, weder in orde maken, layetier, m. {van, layette,
f., koffertje^ o.; lade, schuiflade, v.), koffermaker, kistenmaker, m. chimiste, m., chemist.,
scheikundige, m. retirer, terughalen; te voorschijn brengen.