Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
229 —
SS. chez nous, te huis, ramoner i^an ramon, m., hezem, m.), den schoorsteen vegen,
sapajou, m., {kleine) aap, m. ménager, sparen, hesparen, mettre de coté, ter zijde leggen,
wegleggen, sou sur sou, sou {cent) voor sou {cent), toiser {van toise, f., roede, v.), meten
{met de oogen), opnemen, goguenard, e, spotachtig; laag ; gemeen, galon, m., lint, o. galon, m.
jaloux, se, de q.ch., jaloersch op iets,
SO. bien à propos, zeer te rechter tijd, zeer van pas. <\\xiiiQr, verlaten {heengaan),
abandonner, verlaten-, legeven {in den steek laten), parole, f. {het gesproken) woord-, mot, m.,
{het spraakkunstig) woord, ranimer, weder bezielen, weder moed geven, isolement, m., afzon-
dering, eenzaamheid, verlatenheid, v. rude, ruw. streng, hard. garder le silence, het stilzwijgen
bewaren, zwijgen, affliger, bedroeven, figure, f., gestalte; gelaat, gezicht, o. ébahi, e, ver-
baasd, verwonderd, songer, denken, gagner sa vie, zijn brood verdienen, marmotte, f., mar-
mot (bergrat) v.
Bladz. 31.
approche, f., nadering, v. repas, m,, maaltijd, m. estomac, m., maag, v. creux, se, hol,
ledig, vide, ledig, s'habituer, zich gewennen, soigner, verzorgen, engourdir, verkleumen, stijf
worden, souffler, blazen, waaien, neige, f., sneeuw, v. serrer, tezamen drukken, sluiten.
roide stijf, fantôme, m., spook, o., schim, v. confus, e, verward, verlegen, consoler, troosten,
vertroosten, ignorer, riiet weten, rouvrir, weder openen.' femme, f., vrouw, couverture,"f. (fö»
couvrir, dekken), dek, o., deken, v. boisson, f., drank, m. emmener, medenemen. rétablir,
herstellen, apprenti ramoneur, m., schoor steenvegersleerling, m. fumiste, m., roofcv er drijver, m.
fortifier, versterken-, sterker maken, griraper, klauteren, klimmen, cheminée, f., schoorsteen, ra.
étroit, e, nauw, eng. embarrasser, verlegen maken-, (embrasser, omhelzen), probablement, ï^^a^r-
schijnlijk. faire de son mieux, zijn best doen. suie, f., roet, o. étouffer, stikken, verslikken.
en haut, boven-, (en'bas, beneden), chanson, f., lied, o. chanson du pays, volkslied, bastei
genoegt faire contre fortune bon cœur, in den nood den moed houden, loger, huisvesten;
wonen, parfois, somtijds, rêve, ra., droom, ra. reporter, terugbrengen, gain, ra., winst,
verdienste, v. raettre en réserve, wegleggen, besparen, augmentation, f., verhooging, vermeerde-
ring, v. salaire, ra., loon, o. charitable, barmhartig, liefderijk, en sus de q.ch., boven iets,
[meer dan iets), convenir, overeenkomen, ramonage, ra., vegen, o. tenir compte de q.ch.,
iets in rekening brengen, toerekenen, volonté, f., wil, ra. recoraraauder, aanbevelen, pour
l'araour de toi, uit liefde tot w. avouer, bekennen, recueillir, opnemen, distraction, f., aflei-
ding, v., genoegen, o. faiseur de tours, ra., grappenmaker, ra. friandise, f., lekkernij, v. re-
conforter, weder versterken, verfrisschen. admettre, toelaten, lanterne, f., lantaren, v. raagi-
que, tooverachtig. lanterne raagique, tooverlantaren. demoiselle, f., jonge jufvrouwX souci, ra.,
zorg, v. disparaître, verdwijnen, relire, overlezen,
Bladz. 32.
sur moi, bij mij. je n'ai qu'à ouvrir, ik behoef slechts te openen, il me prend envie de faire
q.ch., ik krijg lust iets te doen. repousser, terug stooten ; verdrijven, ne . . . pas non plus,
ook niet. affectionne, c {van affection, f., genegenheid, liefde, v.), genegen, toegenegen, liej-
hebbend.
souffrance, f, lijden, o. tant que, zoolang als. suflire, voldoen, genoeg zijn. délasser,
de vermoeidheid benemen, verkwikfcen. délasse, e, levre4en. renoncer à, afstand doen van, ontzeg-
gen. baiser, ra., kus, ra. veuve, f , weduwe, v. recourir, terngloopen; zijne toevlucht nemen,
foyer, ra., haard, ra. absent, e, afwezig, ver. guider, leiden, voeren, enfance, f., kindsheid, v.
éloigner, verwijderen, défense, f., bescfterming, verdediging, v., verbod, o. seconder, helpen,
ondersteunen, parmi, te midden van, onder, il en est, die zijn er. souraettre, onderwerpen.
seuil, ra., drempel, dorpel, ra. visage, m., gelaat, aangezicht, o. distraire, verstrooien, aflei-
ding geven, trousseau, ra., bundel, ra., pakje, o. cheminer {van chemin, ra., weg, ra.), op
weg zijn; reizen, en cheminant, onderweg, berceau, m., wieg, v. atteindre, bereiken. - mon-
tagne, f., berg, ra. séparer, scheiden, à travers, door, midden door. daigner, zich verwaar-
digen, de goedfieid hebben, avancer, vorderen; voortzetten, l'heure est avancée, fiet is al
laat. t:i dis que, terwijl {drukt eene tegenstelling uit), lointain, e, ver, verwijderd, aider,
helpen.