Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 228 —
barre, f., stang, halie, v.), slagboom, m., hele, o. glapir, keffen; hrijschen. ebarité, f., liefde,
liefdadigheid', aalmoes, v. résonner, weerklinken, chapeau, m., hoed, m. gros, dik, groot.
sou, m., sou, halve stidver, in. {cent), tribut, m., schatting, v. pensionnaire, m., bedeelde
kostganger, m.; iemand die zijn genadebrood ontvangt, venir à passer, toevallig voorbijkomen.
poudré, e, gepoederd, memento, m. {letterlijk: gedenk), verzoek, o. criard, e {pan crier,
schreeuwen), schreeuwend, schel, en état, in staat, vil, e, laan, gemeen, métier, m., beroep,
ambacht, o. tirer de, helpen, verlossen uit. prêcher, prediken, prêcher d'exemple, ee^i goed
voorbeeld geven', uit ondervinding leeren, hotte, f., draagkorf, m. panier, m., mand, v. re-
vendre, weder verkoopen. en outre, daarenboven, bovendien, charrette, f. {van char, m., kar,
V.), karretje, wagentje, o. âne, m», ezel, m. épouser {van époux, se, echtgenoot), huwen, irou'
wen; (marier, 'uithuwelijken, ten huwelijk geven), associer, deelgenoot maken.
Bladz. 29.
achalandé, e {van chaland, klant), beklant, imposer, opleggen, privation, f., berooving; ontbering, v.
à rheure qu'il est, op dit oogenblik. céder, overdoen, afstaan, enseigner, leeren, onderwijzen.
là-dessus, daarop, toen. préoccupé, e, geheel bezig, ingenomen, appel, m., roep, m., geroep, o.
exil, m., verbanning, v. libraire, m., boekverkooper, m. emplette, f., koop, inkoop, m.; faire
emplette de q.ch., iets koopen. magasin, m., magazijn; pakhuis, o. quelque part, ergens, à la
fin, eindelijk, ten laatste, il y a viugt-cinq ans, 25 jaar geleden, vóór 25 jaar.
jour de Tan, m., nieuwjaarsdag, m. la veille, den dag of avond te voren, suivant,
volgens, overeenkomstig. te voir des nôtres, u in ons midden te zien. divers, e, verscheiden,
verschillend, sonner, slaan-, klinken, minuit, m., middernacht, m. amicalement, vriendschap-
pelijk. fêter, vieren, de bon cœur, hartelijk, se coucher, naar bed gaan. agiter, opwinden,
opwekken, quadrille, m., quadrille {dans van 4 paren), v.' ronde, f., dans {in het rond), m.
léger, los. joli, e, mooi, aardig, étrenne, f., nieuwjaarsgeschenk, o. réalité, f., werkelijkheid,
V. cadeau, m., geschenk, o. satisfaisant, bevredigend, voldoend, pluie, f., regen, m. bonbon,
m,, suikergoed, o. volume, m., deel, boekdeel, o.., band, m. relier {pan lier, binden), binden,
inbinden, jouet, m., speelgoed^ o. congé, m., verlof, o., vacantie, v. étourderie, f., onbezon-
nenheid, lichtzinnigheid, v. égoïste, m., egoïst, zelfzuchtige, m. caractère, m., karakter, o.;
eigenschap, v. embarras, m., verwarring, verlegenheid, v. dérangement, m., wanorde, stoornis,
v. composer, vergoeden, opwegen tegen, suiiisamment, adv. van suffisant, e, voldoende, por-
tier, m. {va7i porte), portier, m. tournee, f., rondte, v. étage, m., verdieping, v. locataire, m.
{van louer, huren), huurder, m. politesse, f., beleefdheid, vriendelijkheid, v. sinon, zoo niet,
anders, risquer, wagen, gevaar loopen, encourir, zich op den hals halen, mécontentement, m.,
ontevredenheid, v., misnoegen, o. fondre sur q.q., op iemand neerkomen, série, f., reeks, v.,
inüni, e, oneindig, vexation, f., kwelling, jüagerij, v. tantôt . . . tantôt, nu eens . . . dan
weder, mauvaise humeur, kwade luim, se presser, zich haasten, cordon, m., koord, y., touw, o,
pluie battante, stortregen, m. égarer, te zoek brengen, verleggen, déposer, nederleggen, afge-
ven. loge, f., kamertje, o. urgence, f., dringende noodzakelijkheid, v. d'urgence, dringend,
facteur, m., brievenbesteller, m. enfants de chœur, koorknapen, bénit, e, gewijd, réclamer,
vorderen, eischen. gratification, f., geschenk, o, fooi, v. d'usage, gewoon, gebruikelijk, lar-
gesse, f., milddadigheid, giß, v. obsession, f., kwelling, plaag, v.
Bladz. 30.
population, f., bevolking; volksmassa, v. se presser, zich verdringen, piéton, m. {van pied, voet),
voetganger, m, encombrer {pan encombre, m., puinhoop, m.; hindernis, v.), belemmeren, ver-
stoppen. gr re! pas op! op zij! cocher, m., koetsier, m. assourdir {van sourd, e, doof), ver-
dooven, dooj maken, bousculer, dooreenwerpen-, stooten, dringen, refouler, terugstooten, ondulet
{van onde, i'., golf, v.), golven, zich bewegen, vague, f, golf, v. en tous sens, naar alle
richtingen, éblouir, verblinden, parer, versieren, ornement, m., sieraad, versiersel, o, envie, f.,
lust, m., begeerte, afgunst, v. séduire, verleiden {wordt vervoegd als confiseur, m. (väw
confire, inmaken, inleggt-.n'), suikerbakker ; banketbakker, m. étalage, m,, uitstalling, v. orange,
f., sinaasappel, m. boîte, f., doos, v. poupée, f., pop, v. polichinelle, m., hansworst, m.
écran, m., vuurscherm, lichtscherm, o. pupitre, m., lessenaar, m. émail, m., brandverf, v.
incruster, inleggen, bijou, m., kleinood, o. gracieux, se, sierlijk, fraai, réveiller, opwekken.
abondant, e, overvloedig, rijkelijk.
prodiguer, schenken (in ruime .maie); verkwisten, de grâce, ik bid u, exaucer,
verhooren, s'en aller, heetigaan, voorbijgaan, pas à pas, voetje voor voetje, langzaan.