Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 227 —
un jour que, eens toen, présider, voorzitten, besturen, ennuyer, vervelen, déplacé, e, misplaatst,
verplaatst, gener, lastig vallen, storen, convaincre, overtuigen.
Bladz. 27.
ÖO. censurer, beoordeelen {ongunstig), berispen, bedillen, les dedans, het binnenwerk,
blâmer, laken, face, f., voorgevel, m. être d'avis, van gevoelen, van meening zijn. se reposer
à q.ch. zich op iets verlaten, op iets vertrouwen. /
öl. pièce, f., stuk, o. par une soirée, op een avond, aiguille, f., naald, v. étaler,
uitstallen; tentoonstellen, boulevard, m., wal, m., bolwerk, o. boutique, f., winkel, m., kraam,
V. portatif, ve, draagbaar, quartier, m., vjijk {eener stad), v. se coucher, ondergaan; se lever,
opstaoM; opgaan, bout, m,, einde, eindje, o. fumeux, se {van famer, rooken), rookend. allumer,
aansteken, opsteken, chaland, m., klant, kooper, m. impatienter, ongeduldig maken, isolement,
m., eenzaamheid, verlatenheid, v. lixer, boeien; vestigen, spéculateur, m., speculant, koopman,
ra. perdre de vue, uit het oog verliezen, intervalle, ra., tusschenr^dmte, v., tusschentijd, m.
couplet, m., vers, o. dans l'intervalle des couplets, tusschen de verzen in. glisser, glijden,
invoegen, porapeux, se, prachtig-, hoogdravend, ruse, f., list, v. profit, m., winst, v., voordeel,
O. mince, dun; gering, klein, payer, betalen, c'était le cas de dire, hier kon men zeggen, valait,
imp. ind. van valoir, waard zijn. entremêler, vermengen-, invlechten, panégyrique, ra., lofrede, y,
envelopper, inhullen, inwikkelen, manteau, ra., mantel, ra. vint à passer, kwam toevallig
voorbij, faux, valsch-, {het eigenlijke bijwoord idiWBiem&xii beduidt: valschelijk-, ten onrechte).
drôle, vroolijk, grappig-, als zelfst. nw.-. vent, snaak, raaïtre de ra us i que, m., muziekmeester, m.
prendre soin de q.q , voor iemand zorgen, rouer ij)an roue, f., rad, o.), afrossen, ranselen;
rouer de coups, bont en blauw slaan, coramencement, ra., begin, o. grimace, f., grijnzing,
grimas, v. jaser, babbelen, mettre de l'obstination à faire q.ch., met hardnekkigheid iets
doen, i?i het hoofd hebben iets te doen. désappointement, ra., teleurstelling, v. regard, m.,
blik, ra. malin, maligne, boos, boosaardig, humeur, f., kwade luim, gemelijkheid, knorrigheid,
v. c'est que, omdat. ^ finesse, Î., Jljnheid, slimheid, v. lourrure, f., bont, o. interlocuteur, m.,
sprekende persoon, m. son interlocuteur, de persoon met wien hij sprak, avoir Tair de, èr uit-
zien dat, als. raccommoder, verstellen, lappen, haut-de-chausses, m., broek, v. importer,
opbrengen; inbrengen, qu'importe, wat is er aan gelegen! (n'importe, dat doet er niet toe,
dat doet niets af), tiens, {houd), hier, daar. tendre, uitstrekken; toereiken, lueur, f,
{van luire, schijnen), glans, schijn, m. douteux, se, twijfelachtig, onzeker, redevoir, nog schul-
dig zijn. ramener, terugbrengen, terugvoeren, éviter, vermijden, dégager, losmaken; (engager,
verbinden), insister, aanhouden, aandringen, vitesse, f., spoed, m., snelheid, v.
Bladz. 28.
éventaire, m., mandje, korfje, o. pensif, ve, nadenkend, in gedachten verdiept, rieur, m.
{van rire, lachen), lacher, spotter, ra.; als bijv, nw,: lachend, spottend, émigration, f. {van
émigrer, verhuizen naar een ander land, uitwijken), landverhuizing, v. vieillir, oud maken
oud worden, domaine, m., bezitting, v. dépouiller, ontblooten, berooven. revendiquer, 'terug
'vorderen, en justice, langs rechterlijken weg, gerechtelijk, soutenir, uithouden, uitstaan ; aan
gaan, coûteux, se, kostbaar, ressource, i., middel, hulpmiddel, o, il manquait du nécessaire
het noodige ontbrak hem, misérable, ellendig, ongelukkig, occuper, innemen; bewonen, élégant
e, sierlijk, smaakvol, vpiture, f., rijtuig, o. et qu'un in plaats van et lorsqu'un, extérieur
ra., uiterlijk, uiterlijk voorkomen, o. opulence, f., overvloed, ra., pracht, v., rijkdom, m
congédier \van congé, ra., verlof, o.), afdanken, wegzenden, doraestique, m., bediende, knecht
ra. s'informer, onderzoeken, affirmatif, ve, bevestigend, fonds, ra. pl. som gelds, v., geld
'o. bien-être, m., welzijn, o. à venir, toekomstig, négociant, m., handelaar, koopman, m
mettre à votre disposition, ter uwer beschikking stellen, fortune, f., geluk, vermogen, o. com
ble, m., toppunt, o., hoogste graad, m. ce qui me vaut, waaraan ik te danken heb. chaleu
reux, se {van chaleur, f., warmte, v.), warm, hartelijk, effacer, uitwisschen, vernietigen
aumône, f., aalmoes, v. donner en aumône, als eene aalmoes geven, ambulant, e, rondtrek
kend, zwervend, bien placé, welgeplaatst, lucratif, ve, ivinstgevend, retirer du profit, winst
trekken, de plus en p us, meer en meer. à force de, door veel. persévérance, f., volhar
ding, v. brillant, e, aanzienlijk, service, ra., dienst, ra. rentrer dans, weder in het bezit ko
men van.
rente, f., rente, v., jaarlijksch inkomen, o. avoir dix-huit ans, achttien jaar oud
zijn, rejoindre, weder vereeniqen; inhalen, faire Ie service, dienst doen. barrière, f. {van