Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 225 —
jugement, een oordeel vellen, abattre, omverhalen, afbreken, joegnemen. immédiatement, on-
middellijk, onverwijld, propriétaire, m., eigenaar, m. obstinément, hardnekkig, injonction, f.,
aanmaning, bevel, gebod, o., last, m. s'ameuter, samenscholen, zich vereenigen, menacer,
dreigen, démolir, naar beneden halen, vernielen, charger, last geven, plaider, pleiten, en
faveur de, ten gunste van. tribuual, m., gerechtshof, o., rechtbank, v. supérieur, e, hoogst.
rétablir, herstellen, sphère, f., sfeer, y., kring, m., gebied, o. accomplir, vervullen, carrière,
f., loopbaan, v. politique, staatkundig, révolution, î,, omwenteling, v. possession, f., bezit-
ting, v. sur le point, op het punt, secouer, schudden; afschudden, joug, m., y«^, o. métro-
pole, f., moederland, o. circonstance, f., omstandigheid, gelegenheid, v. man der, melden, op-
roepen. barre, f., siaaf, stang-, balie {van het gerecht), v. la chambre des communes, het
Lagerhuis, éloquence, f., toelsprekendheid, v. cause, f., zaak, v. ambassadeur, m., gezant, m.
indépendant, e, onafhankelijk, remarquer, opmerken, se faire remarquer, zich onderscheiden',
opzien verwekken, simplicité, f., eenvoudigheid, v. costume, m., kleeding, v. avoir Tair uoble,
een edel voorkomen hebben, concitoyen, m., medeburger, ra.
Bladz. 24.
conférer, opdragen-, verleenen. gouvernement, m., bestuur, o.; regeering, v. séjour, m., ver-
llijf, O. plâtre, m., gips, o, engrais, ra., mest, m. agronomique, landbouwkundig, provi-
sion, f., voorraad, m. pulvériser, fijn maken, traverser, doorsnijden, fréquenter, druk bezoe-
ken. opportun, e, gelegen, poussière, f., stof, o. fécondant, e, vruchtbaar makend, tracer,
schetsen; schrijven, caractère, m., letter, m. phrase, f., zin, m. traduire, vertalen, {wordt
vervoegd als conduire), plâtrer, met gips bestrooien, la pousse, f., het uitschieten, herbe, f.,
gras, kruid, o. verdure, f., groen, o. vigueur, f., kracht, v. s'arrêter, blijven staan, fait,
ra., feit, O., daadzaak, v. mentionner, vermelden, journal, m., dagblad, o., courant, v. cul-
tivateur, ra., landbouwer, boer, ra. accourir, toeloopen; komen, inscription, f., opschrift, o.
propriété, f., eigenschap, v. ' apprécier, waardeere^i, op prijs stellen, campagne, f., land, veld,
landgoed, o. s'accréditer, in aanzien komen, goeden naam krijgen, étendue, f., uitgestrektheid,
V. à cet égard, in dit opzicht, prompt, e, snel. décisif, ve, beslissend, instruit, e, kundig, onder-
richt, ontwikkeld, description, f., beschrijving, v. le petit nombre, de minderheid, v. faction,
f., verdeeldheid, partijschap, v. remédier à q.ch., iets verhelpen, aan iets ie gemoei komen%
convocation, f., bijeenroeping, v. indispensable, onontbeerlijk, assemblee, f., vergadering, v.
solennel, le, plechtig, développer, ontwikkelen, bloot leggen, signaler, aanwijzen, remède, ra.,
middel, o. fonder, stichten, léguer {van legs, ra., legaat, o.), vermaken, nalaten, pommier,
ra., appelboom, ra. promener, rondleiden, se promener, wandelen, sceptre, ra., schep-
ter, m. convenir, overeenkomen; passen; voegen; betamen, de raêrae, eveneens, evenzeer.
fronton, ra. {van front, m., voorhoofd, o.), geveldak. statue, f, standbeeld, o. debout, in
staande houding, revêtir, bekleeden, toge, f., toga, v. appuyer, steunen; rusten, rouleau,
m., ról, V, renversé, omgekeerd, congres, ra., bijeenkomst, v., {congres, o.). canton, ra.,
kanton, gewest, o. confédérer, verhinden, vereenigen, deuil, ra., rouw, m. assemblee nationale,
volksvergadering, v. prendre le deuil, den rouw aannemen, éloge, ra., lofrede, v., lof, ra.;
éloge funèbre, lijkrede, v. il n'est plus cet horarae, de man, die ,,.., is niet meer. aifran-
chir, vrij maken, verser, uitstorten, verspreiden, représenter, voorstellen, réclamer, terugvorde-
ren; betreuren, tenir ni^ rang, eene plaats bekleeden. article, ra., lidwoord, o., stuk, opstel, o.
citer, aanhalen, vermelden, maxime, f., grondregel, ra. oisiveté, f, {van oisif, ve, ledig), ledig-
heid, V. ressembler, rouille, f., roesi, ra. msqx, gebruiken, verslijten, souris, f., v.
câble, ra., kabel, ra., ankertouw, o. faute, f., fout, v.; faute de, hij gebrek aan. clou, ra.,
spijker, m. fer, ra., ijzer, hoefijzer, o. se perdre, verloren gaan. cavalier, ra., ruiter, ra.
atteindre, bereiken, inhalen {wordt vervoegd als craindre), entretien, ra., onderhoud, o. quicon-
que, alwie, superflu, e, overtollig,
•4L-0. irapriraerie, f., boekdrukkerij; boekdrukkunst, v. incontestable, ontegenzeggelijk.
attester, getuigen, raobile, beweegbaar, siècle, ra., eeuw, v. ère, f., jaartelling, v. Mayence,
Mainz. priorité, f., voorrang, ra., vroegere dagieekening, v. inspiration, f., ingeving, v. ex-
l)éditif, ve, snel, vlug. raultiplier, vermenigvuldigen, iraaginer, uitvinden; bedenken, op den
inval komen, en conséquence, in het vervolg, later.' essayer, beproeven, sculpter, uitsnijden.
relief, jn., verheven beeldwerk, o. enfiler, aanrijgen; naast elkander plaatsen, à côté de, naast,
tentative, f., proef, poging, v.