Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 221 —
Bladz. 18.
5, O.; vers, naar, tegen; vers, m., vers, o.; vert, e, groen), fouler, vertreden, hymne, {.,
lofiied, 0. bocage, m., boschje, o.
40. rivage, m., oever, m. canot, m., lootje, o. inconnu, m., onbekende, m. malgré,
ondanks, soupçonner {van soupçon, m., achterdocht, m.), vermoeden, verdenken, patron, m.,
schipper-, heer, m. conducteur, m., roeier, m. barque, i., schuit, v. passer, voorbijgaan,
gaan in. port, m., haven, v. faire un tour, eens rondvaren, bassin, ra., havenkom v.; dok,
O. avoir Tair de, het voorkomen hebben van, er uitzien als. marinier, m., zeeman, schipper, ra.
en effet, eigenlijk, inderdaad, raétier, ra., ambacht, beroep, o.; faire un raétier, eeri beroep
uitoefenen, dimanche, ra., zondag, ra. déparer, ontsieren, physionomie, f., uiterlijk, gelaat,
O. désirer, verlangen; begeeren. ajouter à, vermeerderen, croire qn. qch., iemand voor iets
houden, bas, se, laag. faire du tort, onrecht aandoen, expliquer, verklaren, promenade, f,,
tochtje, O., wandeling, v. conter, verhalen-, (compter, tellen, rekenen), s'assied, ind. prés. van
s'asseoir, gaan zitten, poursuivre, vervolgen, voortgaan, disposer à, stemmen, geneigd maken
tot. prendre-part à qch., aan iets deelnemen, fer, ra., ijzer, o.; les fers, ketenen, de boeien.
courtier, ra., makelaar, ra. se procurer, zich verschaffen, épargnes, f. pl., spaarpenningen, v.
raode, f., mode, v.; (raode, ra., wijze, f; vorm^ ra.), commerce des modes, handel in modear-
tikelen. intérêt, ra., aandeel, o. vaisseau, ra., schip, o. charge, f., lading, v., laü, m.
veiller à qch., voor iets zorgen, échange, ra., rtiïl, m. pacotille, f., koopwaren, goederen,
scheepslast, m. choix, m., keus, v. corsaire, m., kaper, zeeroover, m.; kaperschip, o. équi-
page, m., bemanning, v., scheepsvolk, o.; uitrusting, v. rançon, f., losgeld, o. épuiser, uit-
putten. entreprise, f., onderneming, v. j'en fais de même, doe hetzelfde, état, m., vak, o.
joaillier, m. {van joyau, ra., kleinood, o.), juwelier, ra. embrasser, omhelzen; embrasser nu
état, een beroep kiezen, mettre à profit, gebruiken, zich ten nutte maken, retrancher {van
trancher, snijden), afsnijden, beperken, logement, m., woning, v. croire faire qch., iets denken
ie doen. délivrer, bevrijden, se charger de qch., zich met iets belasten, iets op zich nemen.
exécuter, uitvoeren, projet, ra., plan, voornemen, o. informer, onderrichten, berichten, impra-
ticable, onuitvoerbaar, ondoenlijk, chimérique, hersenschimmig. défense, f. {van défendre, ver-
bieden; verdedigen), verbod, q.-, verdediging, v.; faire défense à qn., iemand verbieden, capitaine,
hoofdman; scheepskapitein, ra. Levant, m., Levant, ra , oosten, o. bord, ra., boord, schip, o.,
rand, ra. nouvelle, f., tijding, v. traitement, m. {van traiter, behandelen), behandeling, v.
éprouver, ondervinden, intendant, ra., bestuurder, opzichter, ra. changer de qch., van iets
veranderen, d'après, naar, volgens, présager, voorspellen, voorzeggen, jouir de qch., iets ge-
nieten. frais, ra., koelte, v. solitude, f., eenzaamheid, v. trouver mauvais, kwalijk nemen.
aborder, landen, bateau, m., boot, schuit, v. reraettre, geven, ter hand stellen, bourse, f.,
beurs, v. remercier qn., iemand bedanken, précipitation, f., groote haast, v. double, dubbel.
louis, ra. (pan Louis, Lodewijk), Louis d'or; 20 Franks, opinion, f., gedachte, meening, v.
capable, in staat, bekwaam, vœu, m., wensch, m., gelofte, v. rejoindre, inhalen, weder ont-
moeten, rendre grâces, bedanken, dank betuigen, époque, f., tijdstip, o. relâche, ra., ophou-
den, O., stilstand, ra., uitstel, sans relâche, zonder ophouden, compléter, vol maken, dîner,
ra., middagmaal, o. frugal, e, eenvoudig, sober, amande, f., amandel, v. sec, sèche, droog,
Bladz. 19.
étonnement, ra., verbazing, verwondering, v. transport, ra., vervoering, v. reraercïment, m.,
dankbetuiging, v. compter, uitbetalen, toetellen, s'embarquer, zich inschepen, passage, m.,
overtocht, doortocht, ra.; reis, v. nourriture, f., voeding, v., voedsel, o. acquitter, betalen,
voldoen, d'avance, vooruit, habilleraent, ra., kleeding, v. fournir, verschaffen reconnaître,
erkennen; herkennen, zèle, ra., ijver, m, rompre, afbreken, verbreken, imaginer, denken,
zich voorstellen, origine, f., begin, o., oorsprong, m. esclavage, m., slavernij, v. empêcher
qn. de qch., iemand van iets terughouden, rançon, f., losgeld, o. tout à coup, eensklaps.
rêveur, m. {van rêve, ra., droom, ra.), droomer, m.; —, adj., droovierig ; nadenkend, taciturne,
zwijgend, consterner, ontstellen, ontzetten, délivrance, f., bevrijding, v. secret, ra., geheim,
0. acheter qch. au prix de la vertu, iets ten koste der deugd koopen, naturellement, op eene
natuurlijke wijze, natuurlijk, ressource, f., middel, hulpmiddel, o. rassurer, gerust stellen.
cesser, ophouden, tranquilliser, gerust stellen, bedaren, titre, m., naam, titel, m. prouver,
bewijzen, betuigen, faire une question à qn., iemand eene vraag doen. anecdote, f., anekdote,
geschiedenis, v. surpasser, overtreffen, attente, f., verwachting, v. au bout de, na verloop
van. acquis, passé déf. van acquérir, verkrijgen, verwerven, aisance, f., welstand, m., welge-
4