Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 219 —
opengaan, gaîté, î.yVroolijkheid, opgeruimdheid, v. erreur, f., dwaling, v. commun, e, gewoon,
algemeen, égarer, doen dwalen, rêver, droomen; mijmeren, attendrir, ontroeren, verteedereri.
ramener, terugvoeren, terugbrengen, reposer, rusten, uitrusten, penser, m., gedachte, v. en-
dormir, in slaap brengen-, (s'endormir, inslapen, visluimeren). couler, vloeien, stroomen. sou-
lager, verlichten, lenigen, climat, m., klimaat, o., luchtstreek, v. tige, f., stam, stengel, m,
poids, m., gewicht, o. frimas, m., rijp, m. succomber, bezwijken, tombe, f., graf, o. là-
bas, daarginds, aurore, f., dageraad, m., morgenrood, o. dès mon aurore, zoo jong reeds.
surprendre, verrassen, overvallen, froid, m., koude, v. réchauffer, weder verwarmen, foyer,
m., haard, m.
Bladz. 15. ,
i •
r
30. regagner, herwinnen, inhalen, engagé, gewikkeld, betrokken, considérable, aan-
zienlijk, groot, geus, m. en f,, lieden, acquis, e, part. passé van acquérir, verwerven (j'ac-
quiers, nous acquérons, ils acquièrent; j'acquis; j'acquerrai; acquis, e) — principe, )n., grond-
beginsel, beginsel, o. inspirer, inboezemen, environ, omstreeks, ongeveer, lieue, f., mijl, v. ;
(lieu, m,, plaais, v.). recommander, aanbevelen, instance, f,, aandrang, m., dringende bede,
v. propre, eigen, épargner» sparen, ontzien, exciter, aansporen, opwekken, sentiment, m,
gevoelen, o., gezindheid, v. pouvoir, m., macht, v., vermogen, o. louable, prijzenswaardig.
disposition, f., voornemen, geneigdheid, v. volage {van voler, vliegen), lichtzinnig, égarer,
dwalen, ronddwalen, attention, f., aandacht, opmerkzaamheid, v. sacrifier, wijden, toewijden.
frivole, ijdel, lichtzinnig, onnut, amusement, m., genoegen, vermaak, o. approcher qn., iemand
naderen, dégout, m., afkeer, walging, v. aisé, e, gemakkelijk, licht, sentir, gevoelen, be-
grijpen, inzien, légèreté, f., lichtzinnigheid, \. nuisible, schadelijk, nadeelig, avancement,
ra., bevordering, v, surpasser, overtreffen] vooruitkomen, mépris, m., verachting, v. distinc-
tion, f„ aanzien, v., onderscheiding, o.; homme de distinction, man van aanzienlijken, hoogen
stand, écarter, verwijderen, de peur que ... ne, uit vrees dat . . . niet, faire tort à qn.,
iemand onrecht doen; beleedigen, krenken, air, m., voorkomen, o. sauvage, wild, woest.
malpropreté, f., morsigheid, v. exercice, ra., oefening, v. faire ea public, in H openbaar
houden, décréditer, in slechten naam brengen, disgrâce, f., afwijzing, ongenade, v. hurailier,
vernederen, inconséquence, f., strijdigheid, v.; gebrek aan volharding, dissipation, f., ver-
strooidheid, V. se refroidir, verkoelen, verflauwen, cachet, m., zegel, o. ravir, wegrukken;
ontrooven, époux, ra., echtgenoot, m. protecteur, m., beschermer, m. soulagement, m., ver-
lichting, verzacHiing, v. attente, f., verwachting ; hoop, v. renoncer à qch., afstand doen van
iets. revivre, herleven, raourir de, sterven aan. désespoir, ra., wanhoop, v. conjurer, be-
zweren. chevet, m., hoofdeneinde, o. {van het bed), lit, m., bed, o. achever, voltooien in-
struire, onderrichten; onderwijzen, {wordt vervoegd als conduire), former, vormen, songer,
denken, bedenken, destin, m., lot, noodlot, o. étouffer, verstikken, uiidooven, réveiller, weder
opwekken, wekken, fondre, smelten; wegsmelten, tordre, wringen; draaien, entrecouper, af-
breken-, doorsnijden, sanglot, ra., snik, ra. bouche, f., mond, ra. adresser, richten, auteur,
ra., bewerker, oorsprong, ra. digne, waardig, amer, ère, bitter, il eut beau se tourner, of
hij zich al keerde, sommeil, m., slaap, ra. il lui serablait voir, het scheen hem, dat hij zag.
-image, f., beeld, o. repos, m., rust, v. déshonorer, onteer en. conduite, f., gedrag, o.
Bladz. 16.
ensuite {yan suite, f., gevolg, vervolg, o.), vervolgens, toen, daarna, s'attendre à qch., iets ver-
wachten; op iets voorbereid zijn. retour, m., terugkeer, xù., ^KtûSxo., verschijnen, schijnen, et que
je = lorsque je. témoignage, ra., getuigenis, o. instituteur, m., onderwijzer, m. se faire honneur
de qch., eene eer in iets stellen, op iets trot se h zijn. forcer {van force, f., geweld, o.), dwin-
gen, noodzaken, rougir, blozen, rood worden, mériter, verdienen, haine, f. {van haïr), haat,
m. prodiguer, geven-, verkwisten, reprendre, hernemen, tourmenter, kwellen, plagen, baigner,
bevochtigen, besproeien, se lever, opstaan; opgaan, précipitamment (adv. van précipitant,
stortend), snel^ driftig, prendre pitié de, medelijden hebben met. attendrir, treffen, aandoen,
verteederen, relever, oprichten, weder opheffen, réparer, herstellen, weder goed maken, éprou-
ver, ondervinden, avant d'être, alvorens gij . , . waart^ prsuader, overtuigen, blâmable, te
berispen, laakbaar, désormais, voortaan, in H vervolg, criminel, le, strafwaardig, misdadig.
entier, ère, geheel, effort, ra., poging, inspanning, v. décourager, ontmoedigen, se déconragrr,
den moed verliezen, bout, m., einde, o. venir à bout de qch., iets volbrengen, in iets slagen.
constance, f., volharding, v. venir trouver qn., iemand bezoeken, tenir à qch., à qn., aan iets.