Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 218 —
famee, f., rook, ni. bruit, ni., geraas, gedruisch, o. trompette, f., trompet, bazuin, v. ton-
nerre, m., donder, m. renverser, omverwerpen, éle'ment, m., element, o., grondstof, v. fon-
dement, m., grondslag, m. ébranler, schudden, schokken. Hébreu, m., Bebreër. précepte, m.,
voorschrift, o. raison, f., rede-, reden, v, douceur, f. {van doux, douce, zacht), teederhcid,
liefelijkheid, v.; genot, o. engager, verbinden, schenken^ geven.
Yête-Dieu, f., Sacramentsdo'j, m. retentir, weergalmen, weerklinken, sou, m.,
geluid, o., klank, m. clochc, f., klok, v. rappeler qch. à qn., iemand iets herinneren, habi-
tant, m., bewoner, inwoner, m. célébrer, vieren, contenir, bevatten, inhouden, fidele, m. et
f., geloovige, m. en v. office, m., dierist, m.; Toffice divin, de kerkdienst, godsdienst, m.
défiler, achter elkander gaan; defileeren. cantique, m., geestelijk lied, kerkgezang, o. parsemer,
bezaaien, bestrooien, élcgamment, adv. van élé"gant, e, sierlijk, smaakvol, tapisser {van tapis,
m., tapijt, kleed, o.), behangen, met doek versieren, robe, f , kleed, o., japon, m. ceindre,
omgorden, (ceindre wordt vervoegd als craindre), derrière, achter, bannière, f.. banier, vaan,
v. corbeille, f., mandje, korfje, o. effeuiller, ontbladeren, puiser, scheppen, au-devant de
qn.; voor iemand heen. dais, m , troonhemel, ;n. de temps à autre, van tijd tot tijd.
ministre de Cicu, dienaar Gods. assistant, m., toeschouwer, toehoorder, m. s'agenouiller,
7iederknielen, recueillement, m. {van cueillir, plukken, inzamelen), aandacht, v. ferveur, f.,
ijver, m. cortège, m., stoet, m. reposoir, m., rustaltaar, o. foule, f., menigte, v. fond, m.,
grond, ra., diepte, v. vœu, m., vjensch, m., gelofte, v. secret, ète, geheim, affection, f.,
liefde, genegenheid, v. que de peines, wat al zorgen, regret, m., kommer, m., droefheid, v.
entretieu, m., onderhoud, o. intime, innig, vertrouwelijk, murmure, m., gemor, gebrom, o.
confus, e, verward, au loin, in de verte, distinct, e, duidelijk, partir, vertrekken; opgaan.
redoubler, verdubbelen, s'échapper, ontsnappen, losbreken, désordre, m., verwarring, v. en-
traîner, medeslepen, abri, m., schuilplaats, v. résultat, m., uitslag, m, gevolg, o. eff'roi,
m , schrik, ni., ontsteltenis, v. égarer, verbijsteren, in de war brengen, se rapprochpr de
qch., iels naderen, nader bij iets komen, effet, m,, uitwerksel, o., werking, v.; par l'effet
de, ten gevolge van. agitation, f., ontsteltenis, v. porter à, er toe leiden, s'^oigner, zich
verwijderen. tableau, m., tafereel, o., schilderij, v. trouble, m., onrust, ontsteltenis, v.
plutôt, liever, eerder, veelmeer, en deux mots, met een enkel woord, fait, m., daad, v.
merveilleux, se, wonderbaar. bien que, ofschoon, hoewel, émotion, f. {van émouvoir, bewe-
gen, ontstellen), beweging, ontsteltenis, v. produire, voortbrengen, teweeg brengen, poursuivre,
vervolgen-, voortgaan.
Bladz. 14.
formidable, vreeselijk, ordzettend, gueule, f., muil, m. déchirer, verscheuren, imprimer, druk-
ken, sur, in. tendre, teeder, chair, f., vleesch, o.; (viande, vleesch dat men eet), joindre,
{îoordt vervoegd als craindre), samenvoegen-, vouwen, regard, m., blik, m. désolé, troosteloos,
supplier, smeeken, bidden, redemander, terugvragen-, terugvorderen, comprendre, begrijpen.
déposer, nederleggen, sain, e, gezond, sauf, ve, ongedeerd, (sain et sauf, gezond en wel; wel-
behouden, ongedeerd),-
33. coutume, f., gewoonte, v. consacrer, toewijden; vieren, rustique, landelijk, ha-
meau, m., gehucht, dorpje, o. d'alentour, m., uit den omtrek, chœur, m., koor, o. retour,
m., terugkeer, m. groupe, m., groep, v. précipiter, storten-, verhaasten, cadence, f., maat,
v. percer, doordringen; doorboren, doorbreken, vue, oog, gezicht, éperdu, e, ontsteld, ontzet.
emporter, medenemen, wegdragen, fardeau, m., last, m. échapper, ontglijden, jeter un cri,
een gil geven, een kreet slaken, dévorer, verslinden; verscheuren, pâle, bleek, fixe, strak,
onbewegelijk, reprendre ses sens, weder tot zichzelven komen, suspendre, uitstellen, stilstaan.
suspendu, e, verbijsterd, besluiteloos, accabler, overmeesteren, ternederdruhken. ranimer, weder
bezielen, doen herleven, prestige, ni., wonder, o.; begoocheling, verblinding, v. délire, m.,
waanzin, i:>. sublime, verheven, farouche, wild, woest, implorer, aanroepen, contempler,
beschouwen, aanschouwen, paisible, vreedzaam, kalm.
3-i. noblesse, f., adel, m. communiquer, mededeelen. s'éteindre, uitdooven, manquer
de qch., gebrek aan iets hebben, aliment, m., voedsel, o. devoir, m , plicht, m. aïeux fpl.
van aïeul), m., voorvaderen, se garder de, zich wachten voor, transmettre, overleveren, over-
brengen, nalaten, héritage, m., erfdeel, o., erfenis, v. jouir de, genieten, orgueil, m., hoog-
moed, trots, m. jaloux, se, ijverzuchtig, naijverig, siu' la foi d'un nom, op een naam af.
prétendre, beweren; aanspraak maken, s'indigner do qch., zich over iets verontwaardigen; boos
worden, préférence, f., voorrang, m., onderscheiding, v. mérite, m., verdienste, v. obtenir des
préférences sur qn., onderscheiding boven iemand verwerven.
315. retraite, f., verblijf, o.; eenzaamheid; rustplaats, v. édore, ontluiken^ uitkomen;