Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 217 ~
croissons; je crûs; je croîtrai; crû, crue). — abri, m., besckerminy, v.; à l'abri de, heschut tegen,
aquilon, m., noordenwind, lis, m. lelie, v. docile, leerzaam, gehoorzaam, gewillig,
' J30. en, in het jaar (voor een jaartal hoven 100). ambition, f., eerzucht, v. se bor-
ner à qcb., zich tot iets hepalen. obtenir, verkrijgen, banque, f., hank, v. se présenter, zich
aanbieden; verschijnen, provincial, m., provinciaal, m., bewoner van het platte land. modeste,
bescheiden, zedig, timide, beschroomd, bloode. troublé, ontsteld, verbijsterd, introduire, bin-
nenleiden, (wordt vervoegd als conduire), cabinet, m., kamer, v. présenter, voorstellen,
requête, f., verzoek-, aanzoek, o. admettre, aannemen, toelaten, du moins, ten minste, bureau,
nu, bureau, kantoor, o. être au complet, voltallig, bezet zijn. besoin, m., behoefte, v., nood,
la., gebrek,^ o. avoir besoin de qch. ou de qn., iels of iemand noodig hebben, eu attendant
(woordelijk: al wachtende), intusschen, evenwel, conseiller (van couseil, m.,, raad, m.) raden,
aanraden, ailleurs, elders, ergens anders, de longtemps, lang. vacant, e, open, vacant,
éconduire, uitlaten; af.oijzen. solliciteur, m., sollicitant, m. saluer^ (jr'oeteji. se retiier, heen-
gaan. traverser, overgaan, doorgaan, cour, f., plaats, v. front, m., voorhoofd, o. pencher,
buigen, neigen-, hangen laten, à terre, op den grond, épinglef, f., speld, v. ramasser, oprapen,
attacher, aanhechten, vaststeken, parement, m. {van parer, versieren), versiersel, o.; opslag, m.
loin de, geenszUis. douter, twijfelen, se douter de qch., iets vermoeden, action, f., handeling^
daad, v. machinal, e, werktuigelijk, machinaal, décider, beslissen, avenir, m., toekomst, v.
debout, staande, suivre (wordt met avoir vervoegd\ je suis, nous suivous; je suivis; je suivrai;
suivi, e), volgen, retraite, f., vertrek, o.; terugtocht, m. était de, behoorde tot. observateur,
UI. i^an observer), waarnemer; opmerker, m. caractère, m., karakter, o. juger, beoordeelen.
sur, naar. détail, m., kleinigheid, v, futile, onbeduidend, en apparence, schijnbaar, oogen-
schijnlijk. portee, f,, hereik, o.; saus portée, zonder gewicht, onbeduidend, le vulgaire, m.,
het gewone publiek, de massa, trait, m., trek, m. mouvement, m , beweging, hat^eling, v.
révélation, f. (van révéler, openbaren), openbaring, ontdekking, v. garantie, f., waarborg, m.
économie, f., spaarzaamheid, zuinigheid, v. billet, m., briefje, o. occuper, bekleeden, innemen.
dès demaiu, morgen reeds, {posséder, bezitten, qualité, f., eigenschap, hoedanigfi.eid, v. requis,
e (part, passé van requérir), gevorderd, noodig. commis, m. (van commettre, overdragen,
opdragen), bediende, m. caissier, m. (van caisse, f., kas, v.), kassier, m. député, m., afge-
vaardigde, m. homme d'état, m., staatsman, influent, e, invloedrijk, conseil, m., raad, m.
prévoir, voorzien, vooruitzien généreux, se, edelmoediq, mild. prodigalité, f., verkwisting, v.
prêt, e, bereid-, (prêt à mourir, bereid te sterven', près de mourir, op het punt van te sterven),
répandre, verspreiden-, uitdeelen. secourir, ondersteunen. honoïMe, eervol ; rechtschapen, placée,
geplaatst, aangebracht, faire usage de qch., van iets gebruik maken„^
30. providence, f., voorzienigheid, v. confiance, f., vertrouwen, o. divin, e, goddelijk.
décret, m., besluit; hevel, o. admirer, bewonderen, puissance, f., macht, v. clémence, f.,
goedertierenheid, genade, v-. combler, overlade^i. bienfait, m., weldaad, v. source, f., bron,
V. allégresse, f., vreugde, vroolijkheid, v. convertir, veranderen, pleurs, m., ttanen, v. force,
f., macht, V. suprême, hoogst, soutenir, staande houden; helpen, douleur, f., smart, v.
respirer, adem halen-, leven, attester, getuigen, empire, m., rijk, o.; heerschappij, v. objet,
m., voorwerp, o. soin, m., zorg, v. paternel, le, vaderlijk, négliger, veronachtzamen, vergeten.
préparer, bereiden, souhait, m., wensch, ra.
31. louante, f. (van louer, prijzen, loven), lof, ra. univers, ra., heelal, o. magnifi-
cence, f., pracht, heerlijkheid, v. adorer, aanbidden, invoquer, aanroepen, à jamais, steeds,
immer, eeuwig, précéder, voorafgaan, naissance, f. (pan naître, geboren icorden), geboorte, v.,
ontstaan, o.
Bladz. 13.
publier, bekend maÀen, afkondigen, violence, f., geweld, o. imposer silence, het stilzwijgen
opleggen, périr, vergaan, annoncer, aankondigen, verkondigen, gloire, f., heerlijkheid, v.,
roem, m. aimable, liefelijk, beminnelijk, peinture, f. (van peindre, schilderen), schil-
dering, V.; kleurenpracht, m. mûrir (van mûr, e, rijp), rijp worden, dispenser, uitdeelen.
mesure, f., maat, v. fraîcheur, f. (pan frais, fraîche, frisch), frischheid, koelte, v. et ... et,
zoowel ,.. als ook, usure, f., woeker, m.; rendre avec usure, met woeker (rijkelijk) wederge-
ven, animer, bezielen, leven geven, lumière, f., licht, o. loi, f., wet v. qu'il ait fait, die hij
geschonken heeft, humains ~ hommes, conserver, behouden, bewaren, mémoire, f., aanden-
ken, O., gedachtenis, v., geheugen, o. auguste, verheven, renommé, e, beroemd, sommet, m.,
top, ra., kruin, v. enflamraé, e, vurig; vlammend, nuage, m., wolk, v. épais, se, dicht^ dik.
luire, glanzen, schitteren (je luis, nons luisons; je luirai; lui; — dit werkw. heejt geen passé
défini), rayon, m., straal, m. éclair, ra., bliksem, m., weerlicht, o. torrent, m., stroom, ra.
3