Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 214 —
nous conduisons; je conduisis; je conduirai; conduit, e). prospérité, f., voorspoed, m., geîuh, o.
flatter, vleien, succès, m., gelukkige uitkomst, - wélslagen, o. obtenir, verkrijgen» mériter,
verdienen, fou, fol, folle, dwaas, excès, m., overmaat, v, emporter, medevoeren, medeslepen.
ardeur, f., ijver, m., vuur, o. exact, e, nauwgezet, méthode, f., methode, suite, f. {van
suivre, volgen), vervolg, o.; samenhang, m. afin de, ten einde, om. changer, veranderen, ver-
wisselen. objet, m., voorwerp, o. paraître, schijnen; verschijnen, commode, gemakkelijk.
produire, voortbrengen {als conduire), reprocher, verwijten, paix, f., vrede, m. conscience, f.,
geweten, o. saurait, cond. prés, van savoir, kunnen, weten, saurait = peut, kan. au moins,
ten minste, innocence, f., onschuld, v.
paresseux, se, lui. garçon, m., jongen, m. sept, zeven, sage, wijs; zoet, aardig,
{van kinderen), aimable, beminnelijk, sous, in-, onder, rapport, m., opzicht, o., betrekking, v.
plupart, f., meeste, âge, m., leeftijd-, ouderdom, m. respecter, achten, eerbiedigen, chérir
{van cher, chère, lief), liefhebben, beminnen, mensonge, m. i^an mentir, liegen), leugen, v.
plein, e, vol. complaisance, f. {van plaire, behagen), welwillendheid, v. défaut, m., gebrek, o,
aimer à faire qch., iets gaarne doen. pénible, moeielijk, lastig, lorsque, wanneer, apprendre,
leeren. au lieu, in plaats, s'appliquer, zich toeleggen, bevlijtigen, de tout son cœur, van
ganscher harte, s'asseyait, imp. van s'asseoir, gaan zitten, nonchalamment, adv. van noncha-
lant, e, onverschillig, onachtzaam, s'amuser à, zich vermaken met. tourner, omslaan, draaien,
feuillet, m. {van feuille, i., blad, o ), blad, o, image, f., beeld, o., pre^i, v. tour, m., beurt, v.
(tour, f., toren, m.), réciter, opzeggen, mécontent, e, ontevreden.
Bladz. 9.
camarade, m., makker, kameraad, m. se moquer de qn., iemand voor den gek houden, mati-
nee, f. i^oan matin), morgen, voormiddag, m. par une belle matinee, op een schoonen voormid-
dag, morgen, mois, m., maand, v.; {men zegt le mois de mai, de juin etc., de maand Mei,
Juni, enz.), mai, m.. Mei, m. s'acheminer {van chemin, m., weg, m.), zich op weg begeven.
lentement, adv. van lent, e, langzaam, situé, e, gelegen, distance, f., afstand, m. à quelque
distance, op eenigen afstand, air, m., lucht, v. pur, e, zuiver, embaumé, e, geurig, quel
dommage, hoe jammer, enfermer, opsluiten, il fait beau, het is mooi weder, tout le loug
du jour, den ganschen lieven dag. fois, f., maal, v., keer, m. pardonner, vergeven, d'ailleurs,
bovendien {van ailleurs, elders), sait, ind. prés. van savoir, weten, prendre la peine, zich de
moeite geven, seulement {pan seule, e, alleer^ slechts; wél eens. avertir, berichten, verwittigen.
manquer, verzuimen, raisonner {^an raison, f., verstand, o., rede, v.) redeneeren; oordeelen,-
denken, parfaitement, adv.^ van parfait, e, zeer goed, volkomen, faire mal, verkeerd handelen.
haut, hier adv. luid. va impér. van aller, gaan. sans quoi, anders, tromper, bedriegen,
misleiden, commettre une action, eene daad begaan, voix, f., stem, v. intérieur, e, inwendig,
demander qch. à qn., iemand om iets vragen, force, f., kracht, sterkte, v. résister, weder-
stand bieden, tentation, f., verleiding, verzoeking, v. ralentir, vertragen, langzamer maken.
toutes sortes de, allerlei, allerhande, tont-à-coup, plotseling, tournant, m., draai, m., wending,
v. sentier, m.i voetpad, o. troupeau, m-, kudde, v. luisantes, van luire, glimmen, schitteren,
glinsteren (je luis, nous luisons; je luisais; de passé déf. ontbreekt, je luirai; lui), divers, e,
verscheiden, verschillend, battre des mains, in de handen klappen, justement (adv. van juste,
juist, rechi) juist, ferme, f., boerderij, pachthoeve, y. pour le coup, ditmaal, nu; waarlijk.
je n'y puis pins tenir, ik kan het niet langer uithouden, faire une partie de cache-cache,
schuilhoekje spelen, course, f., loop, m. prendre sa course, beginnen te loopen, dès que, zoodra,
pûtre, m., herder, m. à la portée, onde? het bereik, pâturage, m., weide, v. {pan paître, wei-
den; je pais, nous i>aissons; je paissais; je paîtrai), là-haut, daarboven, colline, f., heuvel, m.
fainéant, m., lediglooper, luiaard, m. interdit, e {van interdire, ontzeggen, verbieden), il resta
tout interdit, hij siond geheel verlegen, mal à Taise, niet op zijn gemak, éloigner, verwijderen.
involontairement, onwillekeurig, enniiyeui, se {van ennui, m., verveling, v.), vervelend, obli-
geant, e, {van obliger, verplichten) vriendelijk, de la part, e;«!« (w^-y*?). grommeler, ^wwwe«. delà
sorte, aldus, zoo. d'un pas, met een tred. pesant, e {van peser, wegen en zwaar zijn), zwaar;
zwaarmoedig, disgracieux, se, wederwaardig ; log. prendre qn. pour qch., iemand voor iets
houden, en vérité, waarlijk, inderdaad. Infirme, m. et f., gebrekkige, zwakke, m. en v.
usage, m,, gebruik, o. jambe, f, been, o. joli, e, mooi, aardig, aspect, m., voorkomen, o.
entourer, omringen, charmant {van charmer, bekoren), bekoorlijk, lief, parterre, m., bloem-
perk, 0. s'étaler, zich vertoonen, ten toon spreiden, abondance, f., overvloed, m. saison, f.,
jaargetijde, o. habiter, bewonen-, (demeurer en loger, wonen), désigner, aanduiden; bekend
zijn. affectueux, se, vriendelijk, à cause de, wegens, son grand âge, haar hoogen ouderdom,
paree que, omdat, chacun, iedereen, tendresse, i,yieederheid, teedere liefde, v. vénération.